"Wil jij het ook weten?"
De oncoloog keek Peter afwachtend aan. Ik had hem net een van de moeilijkste vragen uit mijn hele leven gesteld. Toen Peet knikte vertelde hij dat in het slechtste geval, als Peet besloot om zich niet te laten behandelen of als de behandeling niet zou aanslaan, dat in dat slechtste geval Peter iets van een half jaar zou hebben. Daar stond tegenover dat hij patiënten had die ruim zes jaar sinds hun diagnose nog steeds leven, weliswaar met constante medicatie, maar toch...
Een half jaar, zes jaar, wat voor termijn hij ook had genoemd, zelfs als hij twintig jaar had gezegd - het krijgen van een dergelijke prognose is vreselijk onwerkelijk.
"In ieder geval niet dit jaar al..."
Peter zei het al eerste, ik had daar langer voor nodig. "In ieder geval niet dit jaar al...". We zeiden het niet uit voorzichtigheid of pessimisme maar omdat het ergens langer klonk dan "over een half jaar".
Wisten wij veel! De oncoloog, die man met zoveel ervaring, kennis, patiënten die na zes jaar nog leefden, zag het ook niet eens aankomen.
Peet ging wel het behandeltraject in maar zijn kanker was zo agressief dat die behandeling niet eens de kans kreeg om aan te slaan. Niet zes jaar, niet zes maanden maar zes weken bleek hij nog maar te hebben.
Omdat het zo snel ging en ook, vooral, omdat het zo akelig ging, hebben Peet en ik niet echt gepraat over zijn einde, ons einde samen. De dingen die we bespraken waren van praktische aard maar meer op de manier zoals je nog gauw samen wat dingen doorneemt als de een voor een poos weggaat. Niet voor altijd.
Het was niet omdat we het niet konden - we konden altijd goed over onze gevoelens praten, vonden het juist belangrijk om te benoemen hoe we tegenover elkaar stonden, wat we voor elkaar voelden, hoe blij we met elkaar waren, hoe gelukkig.
Nee, dat was de reden niet, we waren zo hard aan het proberen om die onwerkelijke diagnose en prognose tot ons door te laten dringen en tegelijk om van dat "iets van een half jaar" "ruim zes jaar" te maken.
Het voelt voor mij nog steeds als een gemis dat we tijdens zijn laatste week, toen steeds duidelijker werd dat het nog maar een kwestie van een paar dagen zou zijn, niet over ons afscheid hebben kunnen praten. Het voelt ergens nog steeds als onaf. Aan de andere kant, wat hadden we dan gezegd?
We wisten van elkaar hoeveel we van elkaar hielden en altijd zouden houden.
We wisten van elkaar dat we, als we ons leven ooit nog eens over zouden moeten doen, we weer voor elkaar zouden kiezen. Zonder twijfel.
We wisten van elkaar dat we elkaars liefste maatje waren.
We wisten het omdat we dat elke dag weer voelden, merkten, elkaar lieten merken en ook vaak hardop zeiden.
We wisten het omdat ik tot zijn laatste ademhaling en daarna bleef zeggen hoeveel ik van hem hield, omdat hij ondanks zijn pijn en later versuftheid door de morfine zijn gezicht naar mij bleef draaien.
We wisten het.
Hadden we dan kunnen praten over hoe het zou zijn als we niet meer samen zouden zijn? Hoe ik zonder hem verder zou moeten? Hoe het voor hem zou zijn om mij te moeten achterlaten, om dóód te zijn? Dood. Dood, als in weg, voor altijd, nooit meer terug...
Hadden we hier samen over kunnen praten? Hóe hadden we hier samen over kunnen praten?
Hóe hadden we over dit onvoorstelbare kunnen praten?
Misschien moet ik me dit niet meer afvragen.
Misschien moet ik de vele, vele keren waarop we elkaar vooral die laatste weken heel stevig vasthielden en elkaar met tranen en liefde in onze ogen aankeken zien als onze laatste gesprekken zonder woorden.
En misschien voelt het als onaf omdat onze liefde nooit "af" zal zijn.
Zes jaar, een half jaar, zes weken... het zijn bijna abstracte begrippen geworden.
Zelfs als ik bedenk dat ik binnen zes maanden na Peets overlijden dit appartement heb gekocht en alweer drie maanden hier woon.
Dat ik nu al? pas? een jaar zonder mijn liefste maatje ben.
Een jaar, een héél jaar is hij al zo vreselijk weg.
Ik voel de pijn van mijn gemis maar ik kan het me nog steeds zo moeilijk voorstellen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten