donderdag 25 juni 2026

Pakken voor Ameland maar dan anders


Het beslissen om naar Ameland te gaan en vervolgens om mijn verblijf en de overtocht te boeken waren ooit small steps voor Sylvie-van-"vroeger" maar nu vallen ze beslist in de categorie giant leaps. Zo'n anderhalf jaar was, leek, Ameland voor mij net zo ver als de maan.
Inmiddels heb ik dus die grote sprong genomen en hoewel ik er geen seconde spijt, zelfs amper twijfel, over had, moest ik er toch van bijkomen. Waar ik, logischerwijs, nu mee bezig ben is een andere ooit kleine stap, nu best wel grote sprong: het inpakken van mijn koffer. 

Peter had altijd inpaklijsten voor onze vakanties. Toen we nog met aanhanger en tent weggingen waren daar wel twee A4'tjes voor nodig. Later, toen we met ons tweetjes waren, was een half velletje genoeg. Toen had hij verschillende lijstjes, een voor vakantie in een huisje en eentje voor verblijf in een hotel. Hij pakte dan zijn eigen spullen in en checkte af en toe bij mij of ik ook al puntjes om af te vinken had. 

"Heb jij je iPad al?"
"Yep, en de oplader."
"Boeken?"
"Natuurlijk! Ook voor jou trouwens."
"Fijn! O, en vergeet je paspoort niet"
"Ik heb toch mijn rijbewijs, dan is een paspoort toch niet nodig, hier in Nederland?"
"Je weet maar nooit..."
"Peetje..."
"Doe nou maar, Syl."

En dan zocht ik braaf mijn paspoort op, ondanks dat elke keer weer bleek dat wij die inderdaad niet nodig hadden. (En plaagde ik hem er ook elke keer bij thuiskomst mee.)
Ondertussen pakte Peet bordjes, bestek en bekers (zodat we in onze hotelkamer ook broodjes en salades uit een supermarkt konden nuttigen) in zijn koffer die altijd minder vol was dan de mijne en deed daar ook theezakjes met mijn favoriete smaken bij. Voor onze dikke badlakens had hij ook altijd ruimte.
Ik, op mijn beurt, verstopte altijd een zakje met salmiakdropjes tussen mijn kleren om hem daarmee te "verrassen". Verrassen tussen aanhalingstekens, ja, want als je iets elke keer doet is dat geen verrassing meer te noemen maar Peet reageerde altijd alsof het dat wel was.

Al een paar dagen ben ik stukje bij beetje het een en ander op het logeerbed aan het klaarleggen. Pakken voor Ameland maar dan anders...
Ik heb geen lijstje op papier zoals Peet, maar eentje in een app op mijn telefoon. Dat die app automatisch alles op alfabetische volgorde zet waardoor "As van Peter" bovenaan staat maakt dat mijn lijst wel en ook niet helpend is. 
Ik heb mijn iPad plus oplader al bij mijn koffer gelegd. Net als wat boeken, alleen voor mij.
Ik zal één bord en één setje bestek, één (extra dunne) badlaken en een beker met theezakjes nu tussen míj́n kleren stoppen. 
Geen zakje met salmiakdropjes.

En ik neem mijn paspoort mee, ook al zal straks weer blijken dat dat niet nodig is.
Misschien doe ik dat juist daarom - zodat er dan toch iéts een beetje hetzelfde zal zijn.

Het is wat het is en ik ga er wat van maken: Ameland maar dan anders.
Peet zal daar nog dichter bij mij voelen. Daar doe ik het voor.



zondag 21 juni 2026

Alleen naar Ameland




Het was altijd ("altijd") al duidelijk voor mij dat ik naar Ameland zou gaan om daar de as van Peet uit te strooien. Het was duidelijk maar tegelijk ook iets waar ik enorm tegenop zag. Zo enorm dat ik het me niet eens voor kon stellen.
Hoe kan ik zijn as uitstrooien?
Hoe kan ik naar Ameland, het eiland waar we samen (sámen!) zo graag kwamen?
Hoe kan ik daar alleen, in mijn eentje naar toe?
Hoe kan ik daar zonder Peter naar toe?
Met zijn as?
Hoe?
Hoe dan?

"Neem de tijd. Het hoeft niet nu al. Over een jaar pas desnoods. Twee jaar. Drie jaar. Ooit... Wanneer je eraan toe bent."
Zo werd ik getroost en gerustgesteld. Zo heb ik mijzelf getroost en gerustgesteld, en zo heb ik geprobeerd er niet te veel en te vaak aan te denken. Al vroeg ik me soms wel af hoe dat zou voelen: eraan toe zijn.

Zo'n vier weken geleden kwam ik daar achter. Ik begon steeds meer te spelen met gedachten aan Ameland en hoe ik daar zou rondlopen. Ik zocht naar hotelovernachtingen en keek op diverse sites. Het ging niet altijd even goed; verschillende keren klikte ik in tranen alles weg en wilde, durfde, ik er niet meer mee bezig te zijn. Het was te groot, het was te veel, te eng, te confronterend.
Maar na een paar dagen borrelde het toch weer op en zat ik weer te google'en.

En toen hakte ik de knoop door. Toch ja. Bijna zomaar.
Ik boekte een hotel.
Ik zocht naar treinverbindingen en tijden van afvaarten en boekte gelijk de overtocht.
Ik boekte en betaalde ook meteen maar alles.
Met de zenuwen in mijn lijf maar zonder een spoor van twijfel.
Al moest ik daarna wel even een potje huilen.

Dat was dus drie weken geleden. Binnenkort vertrek ik voor vijf dagen naar ons eiland. Dat is korter dan de week die wij jaarlijks gingen maar, hopelijk, lang genoeg om me niet alleen maar verdrietig en alleen te voelen maar ook wat te "genieten. Het voert te ver om te zeggen dat ik me er op verheug maar ik zie er ook niet tegenop.
Toch namen die zenuwen (en nog wat emoties) het vanmiddag even over nadat ik mijn koffer uit de berging had gehaald en er alvast het een en ander bij wilde leggen.
Ik werd overvallen door een "ouderwetse" paniekaanval.
Mijn keel voelde dik, het knelde om mijn borst en mijn adem ging sneller dan normaal. Tranen brandden in mijn ogen maar leken er niet uit te kunnen stromen. Even snapte ik er niks van, ik kon niet denken, alleen maar voelen en wat ik voelde was paniek. Paniek en verdriet. 
Gelukkig ging dat even voorbij en kon ik weer tot mijzelf komen. Ik ben op mijn bed gaan zitten. Heb me verzet tegen de neiging om in elkaar te krimpen. Heb mezelf gedwongen om rustiger te ademen en mezelf zachtjes toegesproken:
"Het komt goed."
"Het is logisch."
"Dit gaat voorbij.
"Je kan dit.
"Dit is moeilijk maar je kan dit."
"Je kan dit want je wil dit."
En langzaam, beetje bij beetje, ebde de paniek weg.

Het zal geen gemakkelijke reis worden, verre van dat. Ik ben nog nooit langer dan een dag zonder Peter weggeweest, heb nog nooit alleen in een hotelkamer overnacht. Dat zijn dingen die ik wel kan. Denk ik, wil ik.
Maar deze eerste keer en dan zo alleen...
Met zijn as in mijn bagage in de trein in plaats van Peet neuriënd achter stuur naast mij...
Het zal moeilijk, heel moeilijk worden maar ik weet en accepteer het. Zo voelt het kennelijk: eraan toe zijn.

Ameland moet weer de fijne plek met de mooie herinneringen worden en niet de plek waar ik niet naar toe zou durven.
Ameland zal straks hopelijk nóg specialer, nóg dierbaarder worden.


 


zaterdag 13 juni 2026

Jij ontbreekt mij


Liefste Peetje,

Jij was mijn veilige plek, bij jou kon ik altijd terecht als ik het moeilijk had, het even niet meer wist. Bij jou kon ik uithuilen, van me af praten, stil zijn. Jij kon mij geruststellen, jij kon mij troosten.
Mijn verhalen kon ik altijd bij jou kwijt. De leuke dingen werden altijd nog leuker als ik ze aan jou vertelde. De vervelende minder vervelend. De moeilijke minder moeilijk omdat jij ze kon relativeren en als dat toch niet lukte, dan gingen de scherpe kanten eraf enkel al door het delen.
Bij jou was het altijd fijn thuiskomen. Jouw sleutel in het slot horen was het fijnste moment van de dag.
"Hier hoor ik," heb ik zo vaak gezegd als ik in je armen kroop en dan bromde je instemmend ergens in mijn haar. Samen waren wij heel.
Een leven zonder jou was onvoorstelbaar.

En toen moest ik aanzien hoe verbijsterd jij reageerde op die onverwachte diagnose. Hoe jij naar die arts keek en daarna meteen naar mij en je hand naar mij uitstak.
Ik moest aanzien hoeveel pijn jij had, hoe jij steeds verder weggleed. Steeds verder weg van het leven, van ons leven.
En toen moest ik beseffen dat het onvoorstelbare werkelijkheid ging worden.
Ik moest het beseffen maar ik kon het niet. Ik wilde het niet, ik kon het niet.

Dat hadden we ons nooit kunnen voorstellen, hè? Dat jouw leven, ons leven samen, op die manier en zo abrupt zou eindigen.
Dat we nooit, nooit meer samen nieuwe plannen zouden kunnen maken, dat er geen nieuwe herinneringen meer bij zouden komen, dat er geen reactie meer zou komen op "O, en weet je nog toen we....".
Dat ik je nu alleen nog in mijn hart kan dragen in plaats van dat je naast mij staat.
Dat ik jouw stem, jouw lach alleen nog kan voelen en niet meer kan horen.
Hoe hadden we ons ooit kunnen voorstellen dat ik mijn vingers over jouw foto zou laten gaan omdat ik zo, zo graag de stoppels op jouw wangen en je zachte haar wil voelen maar alleen het glas voel. Glas en verdriet, heel veel verdriet.
Hoe hadden we ons dat onvoorstelbare ooit kunnen voorstellen?

Ik mis je.
Ik mis je, ik mis je.

Ik heb het ontelbare keren gezegd, hardop en onhoorbaar. Ik heb het zo vaak geschreven. En ik zal dat blijven doen.
Maar het is meer dan missen alleen. In het Frans en het Duits klopt het zoveel beter: tu me manques, du fehlst mir. Jij ontbreekt mij. Ik ben niet meer heel.
Nu moet ik uitvinden wie ik ben, hoe ik kan zijn zonder jou naast mij. Nu moet ik in mijn eentje heel worden. In mijn eentje, zonder jou. Niet wéér heel maar ánders heel, zo goed als heel. 
Zo goed als, want jij zal mij altijd ontbreken.

Jij ontbreekt mij, Peetje.
Elk moment van de dag.
Vandaag al anderhalf jaar.
Jij ontbreekt mij zo.



zondag 31 mei 2026

Wat lichter


Doof de sterren, ik hoef ze niet meer
Ontmantel de zon en haal de maan neer
Spoel de zee weg en gooi het bos plat
Want dit wordt toch helemaal nooit meer wat

Deze tekst las ik op het voorblad van een boek, de titel weet ik niet meer, ik heb het uiteindelijk niet uitgelezen. Het is een stukje uit het gedicht Begrafenisblues, van W.H. Auden. Er is lang een tijd geweest dat ik me er helemaal in kon vinden. En hoewel de glans er wel af is, en ook zal blijven, is het stukje bij beetje wat lichter om en in mij aan het worden.
De wanhoop en paniek zijn steeds meer naar de achtergrond aan het glijden.
Ik begin iets van grip te krijgen.
Ik durf weer dingen aan. Nieuwe dingen en ook, en die zijn vaak nog de moeilijkste, oude dingen. Oude dingen die wij altijd samen deden.

Dit is bepaald niet vanzelf gegaan, het was echt geen kwestie van enkel "de tijd die erover heen moest gaan". Ik heb er veel steun bij gehad (en nog). Lieve steun, praktische steun en ook professionele steun. Professionele steun in (o.a.) de vorm van traumatherapie en EMDR.
Dat was heel zwaar. Het voelde als het beest, mijn trauma's, in de bek kijken en ik kwam elke keer gesloopt en gemangeld van die sessies thuis.
Maar ik vond dat ik er doorheen moest, er dwars doorheen. De vreselijke gebeurtenissen die zo traumatisch waren dat zij mijn rouw blokkeerden moesten niet alleen maar vreselijk en traumatisch zijn. Zij horen bij wat er gebeurd is maar mogen niet meer zoveel angst en paniek oproepen dat ik niet bij de mooie herinneringen kan komen. Het heeft me heel veel gekost, alles wat ik in mij aan doorzettingsvermogen had. Doorzettingsvermogen en ook vertrouwen. Vertrouwen in mijn psycholoog en in mijn veerkracht. 
Ik ben elke keer heel bewust niet met de auto maar op de fiets naar therapie gegaan; het leek me niet verantwoord om met een tollend hoofd achter het stuur te zitten. Vaak liep ik na afloop naast mijn fiets om bij te komen terwijl de tranen over mijn wangen stroomden en heel vaak kon ik daarna bij mijn zusje terecht. Zij stond dan klaar met een knuffel, een kop thee en troostende soep.

Hoewel het lichter om mij heen aan het worden is, besef ik dat ik er nog lang niet ben. Al vraag ik me tegelijk af waar "er" is. Mijn verdriet, mijn missen van Peter, van alles wat we niet meer samen kunnen doen en delen, van onze toekomst samen - dat zal nooit over gaan. Dat zal altijd pijn blijven doen. Er zullen altijd momenten, dagen zijn waarop alles om mij heen somber voelt. Maar ik heb het geaccepteerd. Niet mijn verlies maar het feit dat mijn rouw altijd zal blijven en dat pijn erbij hoort. Het is de prijs voor het ongelooflijk mooie dat ik samen met Peet gehad heb. 

Heel lang kromp ik bijna in elkaar als mensen zeiden mij sterk en dapper te vinden. Sterk en dapper klopten totaal niet bij hoe ik mij voelde. Ik was niet sterk en dapper - ik was aan het overleven en ik vond dat ik geen keus had.
Nu besef ik dat ik wél keuzes had; ik had ook niks kunnen doen, ik had in bed kunnen blijven met mijn dekbed over mij heen getrokken. Ik had ook niet willen verhuizen en ik had ook kunnen zeggen dat ik (nog) geen psycholoog en traumatherapie wilde. Ik had ook voor niet-leven kunnen kiezen in plaats van óverleven. Maar ik koos anders.
Ik was aan het overleven, ja, en dat was dapper, toch. Want dapper-zijn is, zoals wij met name onze jongste altijd voorhielden, niet dat je alles durft maar dat je dat wat je eng vindt tóch doet. En god, wat waren (en zijn nog) er veel "enge" dingen! 

Sterk en dapper... toch ja.
Peter zou "Dat heb ik toch altijd gezegd, geloof je het nou een keer?" zeggen, hij zou mij vasthouden en kussen. 
In mijn hart en hoofd hoor ik nu zijn stem en voel ik zijn kus. 

De glans is eraf maar het is wat lichter aan het worden.







zondag 17 mei 2026

Vertrouwde aanrakingen


Liefste Peetje van mij,

Gisteren stond ik in een rij achter een man met jouw lengte en jouw postuur. Ik was wat moe en in mijzelf gekeerd en de kleur van zijn trui leek erg op die van een van jouw lievelingsvesten. Waarschijnlijk was het daarom dat ik opeens de bijna onbedwingbare neiging had om mijn gezicht tegen zijn rug aan te drukken. Bijna had ik, zoals ik ooit zo vaak deed, even tegen jou, tegen hem nu dus, aangeleund.
Bijna! Pfff, want stel je voor! De geur van zijn aftershave of deodorant was gelukkig zo doordringend en ook zo totaal vreemd, dat ik bijtijds tot zinnen kwam.

Van de vele, vele dingen die ik van jou mis is dat er een van. Een heel belangrijke. Even dat aanraken, even tegen elkaar aanleunen, jouw hand door mijn haren, mijn hand om jouw pols. 's Ochtendsvroeg tegen jou aan draaien en dat jij dan nog half in slaap, bijna gedachteloos, je arm om mij heen slaat. Heel gewone, heel vertrouwde gebaren. Mijn gezicht tegen jouw borst, jouw kin op mijn hoofd.
"Wat ruik je toch lekker."
"Ik houd van jou, Sylfje."

In coronatijd was er de term "huidhonger". Ik begreep wat ermee bedoeld werd maar vond het wat plat klinken, wat klinisch en kaal voor iets wat heel menselijk en liefdevol is.
Bij wat ik nu ook zo erg mis horen zachtere, mooiere woorden. Als er al woorden voor zijn - als die de lading al kunnen dekken.
Ik mis ons vanzelfsprekende aanraken van elkaar. Thuis, tijdens een wandeling, aan een tafeltje in een restaurantje, in een rij voor een kassa. Soms maar heel even maar altijd o zo vertrouwd. 
Ik mis de liefde en tederheid die ik, die wij beiden daarbij voelden. Onze verbondenheid.

Het is geen honger. Het is veel meer dan alleen een lichamelijke behoefte. 
Het is het zo erg missen van jou, jouw liefde, jouw nabijheid, van mijn hoofd tegen jouw lievelingsvest, jouw geur in mijn neus.

"Wat ruik je toch lekker."
"Ik houd van jou, Sylfje."

En ik van jou, Peetje. Ik van jou.





Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...