maandag 30 maart 2026

Het meest

Allerliefste Peetje,

Ik herinner me nog zo goed de eerste keer dat je tegen mij zei dat je van mij hield. "Ik houd van aardbeien met slagroom en van jou," zei je. Het was zo lief. Ik maakte er nog een grap van: "Was jij niet allergisch voor aardbeien?" maar ik zag aan jouw ogen dat je het echt meende. Zo lief.
Daarna werd het "Ik houd van jou", zonder de aardbeien erbij, en niet veel later "Ik houd het meest van jou". In het begin begreep ik je verkeerd, ik dacht dat je bedoelde dat je vond dat je meer van mij hield dan ik van jou en dan sprak ik je tegen. Maar het was jouw manier om te zeggen dat je heel veel, bijna niet te bevatten zo veel, van mij hield.

Toen ik je het gedicht "Voor een dag van morgen" van Hans Andreus liet lezen was je stil. Weet je het nog? Je las het over en over.

Voor een dag van morgen 
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

"Zo is het precies," knikte je. "Dit moet op de kaart."
"Wat voor kaart?"
"De kaart, als ik dood ben."
"Peter!"
"Maar het klopt zo mooi."
"Ten eerste ga jij niet dood, niet eerder dan ik. En ten tweede lijkt het net alsof jij denkt dat anderen nooit zoveel van elkaar kunnen houden en..."
"Nou ja... Oké. Maar het is wel precies zo. Ik houd het meest van jou."

Ik heb het gedicht niet op jouw kaart gezet, Peetje. Ik heb het ook niet voorgelezen bij jouw afscheid. Dat kon ik echt niet aan.
Ik heb het laatst wel laten printen en in een lijstje gedaan. Het staat nu naast de foto van ons samen.
Als ik verdrietig ben, lees ik die woorden weer.
Als ik me alleen voel, lees ik het.
Dan doe ik mijn ogen dicht, zie jouw lieve blik voor me en hoor ik "Ik houd het meest van jou".

En ik van jou, liefsteling. Ik houd ook het meest van jou.
Elke dag.
Elke morgen, alle dagen na morgen.






donderdag 5 maart 2026

Plek


Toen ik onlangs het bericht kreeg dat het kleed dat ik voor bij de zithoek had besteld eindelijk af te halen was, besloot ik de dag ervoor om de opstelling van de hoekbank te veranderen. Bij het verhuizen had ik de zitelementen op een andere manier neergezet dan in het oude huis, dat leek mij beter qua ruimte en bovendien zou het zo er wat minder als een kopie van onze vertrouwde woonkamer uitzien. Mijn vaste hoekje in de bank voelde daardoor anders, wat vreemd, maar alles was immers anders en vreemd.

Die dag heb ik toch geschoven, opstellingen uitgeprobeerd, weer geschoven en uiteindelijk stond de bank toch precies als toen. Op de oude manier en niet meer gespiegeld. Het bleek toch te passen en het uitzicht naar buiten was zo veel beter. Toen de volgende dag het kleed erbij lag, klopte het plaatje. In ieder geval wat de inrichting betreft.
Die avond kroop ik op de bank in mijn vaste hoekje, ik keek naar links waar nu niet meer het raam te zien was maar de rest van de bank en ik begon zomaar te huilen, vreselijk te huilen. Op die plek links van mij had altijd Peter gezeten. Die plek voelde nu zo, zo extra leeg.

Er wordt over rouw vaak gezegd dat het een plek moet krijgen. Het zal dan vast als een soort troost bedoeld zijn maar het heeft mij nooit getroost, ik heb het zelfs nooit echt begrepen. Als ik in huis iets een plek geef is het opgeruimd, hoef ik er niet meer naar om te kijken. En als ik op het op een mooie plek zet, is het iets waar ik op een gegeven moment aan wen, iets wat ik bijna niet meer zie. Dat klopt totaal niet met wat rouw is. Wat mijn rouw is.
Mijn ervaring is dat je aan rouw geen plek kan geven maar dat rouw zélf een plek geeft. Een totaal andere plek, eentje die je nooit had willen hebben. Een plek die vreemd en onwerkelijk is maar waar je toch je weg in zal moeten vinden. Die je je eigen moet maken. Tegen wil en dank. Met vallen en weer opkrabbelen. 

Peter en ik hadden als vaste gewoonte dat ik altijd rechts van hem zat, stond, lag, liep. Als dat een keer even anders was, als ik toevallig aan zijn andere kant liep klopte dat niet. "Hee, een vreemde vrouw," lachte hij dan en dan schoven wij terug naar wij hoorden.
Zijn rechterarm om mijn schouders, mijn linkerhand om zijn pols.
Ik leunend tegen hem aan, zijn kin op mijn hoofd, altijd aan zijn rechterkant, mijn linkerkant.
Wakker worden en links van mij zijn gezicht zien, altijd links, altijd op die vaste plek.
Altijd.
Tot het moment dat er geen altijd meer was.

De plek links van mij op de bank zal nooit meer door hem gevuld worden.
Mijn plek rechts van hem bestaat niet meer.
Ik heb een andere plek, eentje die nog steeds vreemd en onwerkelijk voelt, eentje die ik nooit had willen hebben maar die ik mij eigen moet maken.
Ook in dat hoekje op onze bank.



dinsdag 20 januari 2026

Vandaag


Ik kijk elke dag wel op de tab herinneringen van Facebook. Wat heb ik vorig jaar, het jaar daarvoor of nog langer geleden op deze dag gepost?
Het eerste wat ik tegenkwam was een berichtje van Peter waarin hij mij had genoemd waardoor het ook op mijn tijdlijn te zien was. Het was een berichtje van twee jaar geleden en hij vertelde daarin dat onze gedachten die dag vooral bij onze jongste zoon Max waren. Hij zou die dag 37 jaar zijn geworden.
Het was een berichtje van twee jaar geleden. Het raakte me toen en het raakt me vandaag extra. Het was de laatste keer dat we die dag samen konden beleven. De laatste keer dat we elkaar nog steviger dan op andere dagen troostend konden vasthouden. We wisten het niet. Ik wist het niet. Ik wist het gelukkig niet.
Vandaag is het de tweede geboortedag van onze jongste die ik zonder Peet gedenk. De tweede geboortedag waarop ik zelf mijn tranen moet drogen, niet weg kan kruipen in Peets armen. Op mijn beurt hem niet kan troosten.

Op een van de andere geboortedagen van Max, een aantal jaren eerder, had ik een quote gepost. Het was een quote over verdriet, over rouw. Er stond in dat rouw nooit over zal gaan, dat je nooit "over" het verlies van een zo dierbare heen zult komen. Je zal "helen", je zal je leven opbouwen rond het gemis, je zal jezelf weer worden maar je zal tegelijk nooit meer dezelfde worden die je ooit was. 
Het is geen opbeurende beschrijving van rouw maar het is zo waar, zo raak en herkenbaar dat het op een bepaalde manier toch ook troostend is.
 
Vond ik toen.

Nu lees ik het anders. Nu schuren die woorden, nu zijn nog steeds waar en raak en herkenbaar maar nu troosten ze mij niet. Nu is Peter er immers niet om naast mij te staan terwijl ik zo verdrietig ben. Onze rouw om Max is met de jaren inderdaad milder geworden, we hebben ons leven rond ons gemis kunnen opbouwen maar dat was wel samen.
Toen we nog wij waren.
Toen Peter er nog was.
Toen ik dit verdriet, deze rouw om Peter nog niet had.
Nu lees ik het anders. Nu is alles anders.

Vandaag zijn mijn gedachten nog meer dan op andere dagen bij Max en Peter. 
Paul appte vanochtend dat hij hoopte dat ze deze dag samen "ergens" aan het vieren zijn. Ik vind dat een mooie gedachte, een die de verdrietige wat verzacht.
Meer dan de woorden uit die quote dat doen.



woensdag 31 december 2025

Oudejaarsavond


Allerliefste Peetje,

Nog een paar uur en dan is 2025 over. Dan is dit jaar voorbij.
Een heel jaar waarvan jij geen deel uitmaakte.
Een heel jaar waarvan jij niks hebt meegekregen.
Toen het jaaroverzicht van het NOS journaal op tv was en ik al die gebeurtenissen van 2025 langs zag komen was dat de zoveelste confrontatie met het feit dat jij dit alles niet hebt mee kunnen maken. 
Heel 2025 heb jij gemist, is voorbij gegaan, is voorbij gevlogen, zonder jou. 

Een heel jaar waarin ik zoveel zonder jou heb moeten doen, moeten beslissen, moeten kiezen. Als ik door mijn agenda blader, zie ik afspraken staan waarvan ik nooit had gedacht dat ik die zou moeten maken, zeker niet alleen, zonder jou. Het is nog steeds zo onwerkelijk, alsof het de agenda van heel iemand anders is, niet de mijne.
Net zoals dit jaar ook zo onwerkelijk blijft lijken, door die vreemde agenda en ook door het gevoel dat ik er stil naast stond en niet er middenin zo druk bezig was.

Vanmiddag ben ik even een ommetje wezen maken en ik stelde me voor hoe dat was gegaan als alles normaal was, als jij er gewoon nog was.

Ik: "Ga je mee? Nog even een frisse neus halen?"
Jij: "Nah, het is niet fris, het is koud! En er wordt al best veel geknald."
Ik: "We hebben dikke jassen. Maar het is oké, ik ga wel even alleen."
Jij staat toch op en doet je jas aan.
Ik: "Het hoeft niet als je geen zin hebt. Ik vind het niet erg om alleen te gaan."
Jij: "Ik laat jou echt niet alleen met al dat vuurwerk. Ik wil zuinig op jou zijn."
En dan zouden we samen zijn gaan wandelen. Hand in hand. Voor een rondje door de wijk of misschien zouden we voor dat rondje naar het Arboretum gereden zijn. Dat zou jij dan bedacht hebben.  En misschien, eigenlijk heel waarschijnlijk had jij voorgesteld om ergens nog even een glaasje te drinken. 
Ik: "Dat kunnen we toch ook thuis doen?"
Jij: "Ja, maar dit is dan extra. Ik wil extra samen genieten."

Ik heb niet veel fantasie nodig om me dit voor te stellen. We hadden zo vaak dergelijke gesprekjes. Ik wilde er graag even uit, jij wilde liever thuisblijven. Jij ging dan toch mee maar wilde er dan iets extra's van maken. Even samen extra genieten. Het is een mooie, dierbare en tegelijk hartverscheurende herinnering.
Ik mis dat genieten van jou zo erg.
Ik mis jou zo erg.

Over een paar uur is het 2026.
Over een paar uur begint er weer een jaar waarin jij er niet bent.
Over een paar uur sluit ik voor de tweede keer een jaar af zonder jou.
Over een paar uur begint er weer een nieuw jaar.
Weer een jaar zonder jou.
Weer een jaar dat zo vreselijk incompleet zal voelen.



vrijdag 26 december 2025

Kruipen

De tijd vliegt maar de dagen kruipen.
Het klinkt als een goedkoop cliché maar zo voelt het voor mij. Ik weet niet wat ik met de dagen moet.
"En dan krijg je ook de feestdagen nog", "Deze donkere tijd moet extra zwaar voor je zijn...". Het is me de laatste tijd zo vaak gezegd en elke keer was mijn reactie dat elke dag zwaar is dus... en dan probeerde ik mijn schouders op te halen en mijn tranen weg te slikken. 
Maar gespannen schouders laten zich niet ophalen en over mijn tranen heb ik allang geen controle meer, en dat "dus..." sloeg nergens op. Deze maand is heel, heel moeilijk. Extra zwaar, ja.
Al dagen voor Peets eerste sterfdag op de 13e, weken voor ons afscheid op de 24e begon het extra donker om mij te worden. Letterlijk en vooral figuurlijk.

Ik probeerde, en probeer nog steeds, om lichtpuntjes te zien en zelf te maken. Ik begin elke dag met app'jes met onze oudste, ga in op voorstellen om koffie te drinken, verheug me op een dagje met een vriendin of zus, maak bijna elke dag een wandelingetje, heb de radio aan en leen boeken uit de bibliotheek (ook al lukt het lezen niet erg). Ik doe mijn best, probeer van alles maar niet teveel omdat ik, zo wordt mij van verschillende kanten op het hart gedrukt, lief voor mijzelf moet zijn, niet te streng. Het kost vreselijk veel energie maar ik probeer het elke keer weer.

Ik had het niet verwacht, want hoe kan het erger, maar deze maand is heel, heel zwaar. Ik vind het nu zelfs zo moeilijk om naar Peets foto te kijken. Als ik daarop zijn zo vertrouwde, lieve blik zie snijdt het bijna letterlijk door mijn lijf. Dan krijg ik geen lucht meer en moet ik wel wegkijken. Wegkijken van zijn foto... wat dan ook weer zo'n pijn doet en me schuldig doet voelen.

Vorige week kwam ik een oud-studiegenoot van Peet tegen. We hadden elkaar jaren niet gezien maar zij herkende mij meteen, zij had ook eerder over zijn overlijden gehoord.
"Sylvie. Van Peter," zei ze en meteen erachteraan "Die er niet meer is..."
Het was pijnlijk, confronterend en mooi tegelijk.
Sylvie van Peter.
Peter die er niet meer is.
Het was, is, precies zoals ik me voel: Sylvie van Peter, die er niet meer is.
Precies zoals ik me deze maand met zijn sterfdag en ons afscheid extra voel.
Van Peter, Peter die er niet meer is.
Die er niet meer is. Die er deze maand al een jaar niet meer is.
En dat maakt deze maand zo heel, heel moeilijk.

De dagen kruipen en ik kruip. 
Ik kruip met verdriet in elke vezel van mijn lijf en mijn ziel.
Ik kruip tegen wil en dank.
Het valt me zwaar.
Bijna niet te dragen zo zwaar.



(Afbeelding: The weight of grief, van Celeste Roberge)


Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...