dinsdag 20 januari 2026

Vandaag


Ik kijk elke dag wel op de tab herinneringen van Facebook. Wat heb ik vorig jaar, het jaar daarvoor of nog langer geleden op deze dag gepost?
Het eerste wat ik tegenkwam was een berichtje van Peter waarin hij mij had genoemd waardoor het ook op mijn tijdlijn te zien was. Het was een berichtje van twee jaar geleden en hij vertelde daarin dat onze gedachten die dag vooral bij onze jongste zoon Max waren. Hij zou die dag 37 jaar zijn geworden.
Het was een berichtje van twee jaar geleden. Het raakte me toen en het raakt me vandaag extra. Het was de laatste keer dat we die dag samen konden beleven. De laatste keer dat we elkaar nog steviger dan op andere dagen troostend konden vasthouden. We wisten het niet. Ik wist het niet. Ik wist het gelukkig niet.
Vandaag is het de tweede geboortedag van onze jongste die ik zonder Peet gedenk. De tweede geboortedag waarop ik zelf mijn tranen moet drogen, niet weg kan kruipen in Peets armen. Op mijn beurt hem niet kan troosten.

Op een van de andere geboortedagen van Max, een aantal jaren eerder, had ik een quote gepost. Het was een quote over verdriet, over rouw. Er stond in dat rouw nooit over zal gaan, dat je nooit "over" het verlies van een zo dierbare heen zult komen. Je zal "helen", je zal je leven opbouwen rond het gemis, je zal jezelf weer worden maar je zal tegelijk nooit meer dezelfde worden die je ooit was. 
Het is geen opbeurende beschrijving van rouw maar het is zo waar, zo raak en herkenbaar dat het op een bepaalde manier toch ook troostend is.
 
Vond ik toen.

Nu lees ik het anders. Nu schuren die woorden, nu zijn nog steeds waar en raak en herkenbaar maar nu troosten ze mij niet. Nu is Peter er immers niet om naast mij te staan terwijl ik zo verdrietig ben. Onze rouw om Max is met de jaren inderdaad milder geworden, we hebben ons leven rond ons gemis kunnen opbouwen maar dat was wel samen.
Toen we nog wij waren.
Toen Peter er nog was.
Toen ik dit verdriet, deze rouw om Peter nog niet had.
Nu lees ik het anders. Nu is alles anders.

Vandaag zijn mijn gedachten nog meer dan op andere dagen bij Max en Peter. 
Paul appte vanochtend dat hij hoopte dat ze deze dag samen "ergens" aan het vieren zijn. Ik vind dat een mooie gedachte, een die de verdrietige wat verzacht.
Meer dan de woorden uit die quote dat doen.



woensdag 31 december 2025

Oudejaarsavond


Allerliefste Peetje,

Nog een paar uur en dan is 2025 over. Dan is dit jaar voorbij.
Een heel jaar waarvan jij geen deel uitmaakte.
Een heel jaar waarvan jij niks hebt meegekregen.
Toen het jaaroverzicht van het NOS journaal op tv was en ik al die gebeurtenissen van 2025 langs zag komen was dat de zoveelste confrontatie met het feit dat jij dit alles niet hebt mee kunnen maken. 
Heel 2025 heb jij gemist, is voorbij gegaan, is voorbij gevlogen, zonder jou. 

Een heel jaar waarin ik zoveel zonder jou heb moeten doen, moeten beslissen, moeten kiezen. Als ik door mijn agenda blader, zie ik afspraken staan waarvan ik nooit had gedacht dat ik die zou moeten maken, zeker niet alleen, zonder jou. Het is nog steeds zo onwerkelijk, alsof het de agenda van heel iemand anders is, niet de mijne.
Net zoals dit jaar ook zo onwerkelijk blijft lijken, door die vreemde agenda en ook door het gevoel dat ik er stil naast stond en niet er middenin zo druk bezig was.

Vanmiddag ben ik even een ommetje wezen maken en ik stelde me voor hoe dat was gegaan als alles normaal was, als jij er gewoon nog was.

Ik: "Ga je mee? Nog even een frisse neus halen?"
Jij: "Nah, het is niet fris, het is koud! En er wordt al best veel geknald."
Ik: "We hebben dikke jassen. Maar het is oké, ik ga wel even alleen."
Jij staat toch op en doet je jas aan.
Ik: "Het hoeft niet als je geen zin hebt. Ik vind het niet erg om alleen te gaan."
Jij: "Ik laat jou echt niet alleen met al dat vuurwerk. Ik wil zuinig op jou zijn."
En dan zouden we samen zijn gaan wandelen. Hand in hand. Voor een rondje door de wijk of misschien zouden we voor dat rondje naar het Arboretum gereden zijn. Dat zou jij dan bedacht hebben.  En misschien, eigenlijk heel waarschijnlijk had jij voorgesteld om ergens nog even een glaasje te drinken. 
Ik: "Dat kunnen we toch ook thuis doen?"
Jij: "Ja, maar dit is dan extra. Ik wil extra samen genieten."

Ik heb niet veel fantasie nodig om me dit voor te stellen. We hadden zo vaak dergelijke gesprekjes. Ik wilde er graag even uit, jij wilde liever thuisblijven. Jij ging dan toch mee maar wilde er dan iets extra's van maken. Even samen extra genieten. Het is een mooie, dierbare en tegelijk hartverscheurende herinnering.
Ik mis dat genieten van jou zo erg.
Ik mis jou zo erg.

Over een paar uur is het 2026.
Over een paar uur begint er weer een jaar waarin jij er niet bent.
Over een paar uur sluit ik voor de tweede keer een jaar af zonder jou.
Over een paar uur begint er weer een nieuw jaar.
Weer een jaar zonder jou.
Weer een jaar dat zo vreselijk incompleet zal voelen.



vrijdag 26 december 2025

Kruipen

De tijd vliegt maar de dagen kruipen.
Het klinkt als een goedkoop cliché maar zo voelt het voor mij. Ik weet niet wat ik met de dagen moet.
"En dan krijg je ook de feestdagen nog", "Deze donkere tijd moet extra zwaar voor je zijn...". Het is me de laatste tijd zo vaak gezegd en elke keer was mijn reactie dat elke dag zwaar is dus... en dan probeerde ik mijn schouders op te halen en mijn tranen weg te slikken. 
Maar gespannen schouders laten zich niet ophalen en over mijn tranen heb ik allang geen controle meer, en dat "dus..." sloeg nergens op. Deze maand is heel, heel moeilijk. Extra zwaar, ja.
Al dagen voor Peets eerste sterfdag op de 13e, weken voor ons afscheid op de 24e begon het extra donker om mij te worden. Letterlijk en vooral figuurlijk.

Ik probeerde, en probeer nog steeds, om lichtpuntjes te zien en zelf te maken. Ik begin elke dag met app'jes met onze oudste, ga in op voorstellen om koffie te drinken, verheug me op een dagje met een vriendin of zus, maak bijna elke dag een wandelingetje, heb de radio aan en leen boeken uit de bibliotheek (ook al lukt het lezen niet erg). Ik doe mijn best, probeer van alles maar niet teveel omdat ik, zo wordt mij van verschillende kanten op het hart gedrukt, lief voor mijzelf moet zijn, niet te streng. Het kost vreselijk veel energie maar ik probeer het elke keer weer.

Ik had het niet verwacht, want hoe kan het erger, maar deze maand is heel, heel zwaar. Ik vind het nu zelfs zo moeilijk om naar Peets foto te kijken. Als ik daarop zijn zo vertrouwde, lieve blik zie snijdt het bijna letterlijk door mijn lijf. Dan krijg ik geen lucht meer en moet ik wel wegkijken. Wegkijken van zijn foto... wat dan ook weer zo'n pijn doet en me schuldig doet voelen.

Vorige week kwam ik een oud-studiegenoot van Peet tegen. We hadden elkaar jaren niet gezien maar zij herkende mij meteen, zij had ook eerder over zijn overlijden gehoord.
"Sylvie. Van Peter," zei ze en meteen erachteraan "Die er niet meer is..."
Het was pijnlijk, confronterend en mooi tegelijk.
Sylvie van Peter.
Peter die er niet meer is.
Het was, is, precies zoals ik me voel: Sylvie van Peter, die er niet meer is.
Precies zoals ik me deze maand met zijn sterfdag en ons afscheid extra voel.
Van Peter, Peter die er niet meer is.
Die er niet meer is. Die er deze maand al een jaar niet meer is.
En dat maakt deze maand zo heel, heel moeilijk.

De dagen kruipen en ik kruip. 
Ik kruip met verdriet in elke vezel van mijn lijf en mijn ziel.
Ik kruip tegen wil en dank.
Het valt me zwaar.
Bijna niet te dragen zo zwaar.



(Afbeelding: The weight of grief, van Celeste Roberge)


zaterdag 13 december 2025

Een jaar


"Wil jij het ook weten?" 
De oncoloog keek Peter afwachtend aan. Ik had hem net een van de moeilijkste vragen uit mijn hele leven gesteld. Toen Peet knikte vertelde hij dat in het slechtste geval, als Peet besloot om zich niet te laten behandelen of als de behandeling niet zou aanslaan, dat in dat slechtste geval Peter iets van een half jaar zou hebben. Daar stond tegenover dat hij patiënten had die ruim zes jaar sinds hun diagnose nog steeds leven, weliswaar met constante medicatie, maar toch...
Een half jaar, zes jaar, wat voor termijn hij ook had genoemd, zelfs als hij twintig jaar had gezegd - het krijgen van een dergelijke prognose is vreselijk onwerkelijk.

"In ieder geval niet dit jaar al..."
Peter zei het al eerste, ik had daar langer voor nodig. "In ieder geval niet dit jaar al...". We zeiden het niet uit voorzichtigheid of pessimisme maar omdat het ergens langer klonk dan "over een half jaar".
Wisten wij veel! De oncoloog, die man met zoveel ervaring, kennis, patiënten die na zes jaar nog leefden, zag het ook niet eens aankomen.
Peet ging wel het behandeltraject in maar zijn kanker was zo agressief dat die behandeling niet eens de kans kreeg om aan te slaan. Niet zes jaar, niet zes maanden maar zes weken bleek hij nog maar te hebben.

Omdat het zo snel ging en ook, vooral, omdat het zo akelig ging, hebben Peet en ik niet echt gepraat over zijn einde, ons einde samen. De dingen die we bespraken waren van praktische aard maar meer op de manier zoals je nog gauw samen wat dingen doorneemt als de een voor een poos weggaat. Niet voor altijd.
Het was niet omdat we het niet konden - we konden altijd goed over onze gevoelens praten, vonden het juist belangrijk om te benoemen hoe we tegenover elkaar stonden, wat we voor elkaar voelden, hoe blij we met elkaar waren, hoe gelukkig. 
Nee, dat was de reden niet, we waren zo hard aan het proberen om die onwerkelijke diagnose en prognose tot ons door te laten dringen en tegelijk om van dat "iets van een half jaar" "ruim zes jaar" te maken.

Het voelt voor mij nog steeds als een gemis dat we tijdens zijn laatste week, toen steeds duidelijker werd dat het nog maar een kwestie van een paar dagen zou zijn, niet over ons afscheid hebben kunnen praten. Het voelt ergens nog steeds als onaf. Aan de andere kant, wat hadden we dan gezegd? 
We wisten van elkaar hoeveel we van elkaar hielden en altijd zouden houden.
We wisten van elkaar dat we, als we ons leven ooit nog eens over zouden moeten doen, we weer voor elkaar zouden kiezen. Zonder twijfel.
We wisten van elkaar dat we elkaars liefste maatje waren.
We wisten het omdat we dat elke dag weer voelden, merkten, elkaar lieten merken en ook vaak hardop zeiden.
We wisten het omdat ik tot zijn laatste ademhaling en daarna bleef zeggen hoeveel ik van hem hield, omdat hij ondanks zijn pijn en later versuftheid door de morfine zijn gezicht naar mij bleef draaien.
We wisten het.

Hadden we dan kunnen praten over hoe het zou zijn als we niet meer samen zouden zijn? Hoe ik zonder hem verder zou moeten? Hoe het voor hem zou zijn om mij te moeten achterlaten, om dóód te zijn? Dood. Dood, als in weg, voor altijd, nooit meer terug...
Hadden we hier samen over kunnen praten? Hóe hadden we hier samen over kunnen praten?
Hóe hadden we over dit onvoorstelbare kunnen praten?

Misschien moet ik me dit niet meer afvragen.
Misschien moet ik de vele, vele keren waarop we elkaar vooral die laatste weken heel stevig vasthielden en elkaar met tranen en liefde in onze ogen aankeken zien als onze laatste gesprekken zonder woorden.
En misschien voelt het als onaf omdat onze liefde nooit "af" zal zijn.

Zes jaar, een half jaar, zes weken... het zijn bijna abstracte begrippen geworden.
Zelfs als ik bedenk dat ik binnen zes maanden na Peets overlijden dit appartement heb gekocht en alweer drie maanden hier woon. 
Dat ik nu al? pas? een jaar zonder mijn liefste maatje ben.
Een jaar, een héél jaar is hij al zo vreselijk weg.
Ik voel de pijn van mijn gemis maar ik kan het me nog steeds zo moeilijk voorstellen.







zaterdag 6 december 2025

Toch versierd


Ik heb het hier wat kerstig versierd. Ja toch. Ik had niet verwacht dat ik dat zou willen, niet gedacht dat ik het zou kunnen maar nu staat er toch dat kleine boompje dat Peet en ik een paar jaar geleden samen gekocht hebben naast de bank. Heb ik mijn oude kerststalletje en hier en daar nog wat andere kerstversierselen neergezet en opgehangen. Het is maar een schijntje van wat wij in de loop der jaren aan kerstspullen verzameld hebben en de huisjes, boompjes en andere figuurtjes van het kerstdorp dat Peter zo zorgvuldig en met eindeloos geduld kon opbouwen heb ik in de dozen gelaten, dat kon ik echt niet aan, maar toch...
En het is pas de eerste week van december.

Tot voor een paar dagen geleden heb ik alle gedachten aan kerst willen blokken. Het was te pijnlijk. Kerst was iets wat bij Peet hoort. Als het aan hem lag werd ons huis al in november versierd. Voor mij was dat te vroeg; half december was mijn tegenvoorstel maar elke keer ging ik dan toch eerder voor de bijl, dan zag ik zijn gezicht weer oplichten als ik na ettelijke stille en minder stille hints van zijn kant de dozen van zolder haalde en aan de slag ging. Hij zette er dan toepasselijke muziek bij op en genoot van mijn geredder.
Zijn elk jaar weer "Dankjewel lieve Sylfje, je hebt het weer mooi versierd!" was dan de beloning waar ik het met liefde voor deed. Ook al was het vaak nog niet eens half december.

Vorig jaar was kerst het laatste waar wij aan dachten. Peter kwam begin december thuis na een week in het ziekenhuis en als hij inderdaad zoals verwacht wat had kunnen opknappen, had ik misschien, o, vast wel, wat rond zijn bed in de woonkamer versierd en dan hadden we samen van de lichtjes kunnen genieten. Samen kunnen hopen dat het niet onze laatste kerst samen zou worden, dat hij op z'n minst het nieuwe jaar zou halen.
Maar het liep heel snel anders. Heel snel, heel anders en veel te snel.
Gelukkig stond er toen toch, dankzij mijn neef, een klein boompje met lichtjes naast zijn bed. O, de keren dat ik met tranen in mijn ogen om dat lieve en attente gebaar naar dat boompje heb gekeken, er naar gewezen heb in de hoop dat Peet het nog kon zien...

Vorig weekend kwam mijn neef weer bij mij langs. Niet met een kerstboompje maar met mooie takken met rode besjes. Het was precies wat ik op dat moment aankon, meer was, zoals hij zelf al dacht, te veel geweest. Maar het was ook een zachte aanmoediging om gedachten aan kerst niet langer te blokken. Kerst, het feest waar Peter zo van kon genieten.

Het viel me niet mee. Bij elke kerstdecoratie die ik door mijn handen liet gaan liepen mijn ogen vol en kneep mijn keel dicht. Ergens klopte het niet, voelde het alsof ik een raar toneelstukje opvoerde maar gaandeweg ging het beter. Mijn (dat vreselijke "mijn" in plaats van "ons", ik kan er maar niet aan wennen!) woonkamer past nu wat meer bij al die kerstliedjes op de radio. 
Mijn gemis, mijn pijn en verdriet zijn er niet minder om maar ik glimlach nu door mijn tranen heen wanneer ik zachtjes in mijn hart zijn stem "Dankjewel lieve Sylfje, je hebt het weer mooi versierd" voel fluisteren.





Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...