zaterdag 18 april 2026

"Onder de schedel"

Achter in onze tuin hadden we een tuinhuisje. Het was een bouwpakket en Peet had het zelf in elkaar gezet. Omdat wij er graag een soort veranda bij wilden, had hij het dak verlengd en er een terrasje bij gemaakt met een kleine balustrade. Zo konden wij er niet alleen gezellig maar ook droog zitten. Het was groot genoeg voor twee stoelen en een tafeltje.

We hebben er heel vaak gezeten. In de lente zodra het ook maar even kon, desnoods met een dik vest aan. In de zomer natuurlijk maar ook in de herfst, zelfs als het al bijna te fris werd.
We hebben er ontelbare kopjes koffie en thee gedronken, met een glas wijn de dag afgesloten, het weekend gevierd.
Ik heb daar vele boeken uitgelezen, Peter heeft daar middagdutjes gedaan, we hebben er gegeten, spelletjes gedaan. We hebben er stil genoten van de fluitende vogels en we hebben er vakanties besproken, andere plannen gemaakt, nagenoten van een dagje uit.

Het huisje deed ons altijd denken aan de vakantiehuisjes op de campings in Zweden, waar we met onze tent stonden. Er zou eigenlijk een gewei boven de deuren moeten hangen, vonden we. Een elandengewei. Dat bleef een grap totdat we in een natuurcentrum een schedel vonden die goed genoeg op een gewei leek, ook al was het een kleintje. We kochten het, Peter hing het op en vanaf toen noemden we die plek "Onder de schedel". Het was met een knipoog naar de schoolkroeg waar onze verkering begon en die "Onder de toren" heette.
"Waar wil je zitten? Binnen? Buiten? In de voortuin, het dakterras of Onder de schedel?"
Meestal werd het onder die schedel, dat schedeltje.
Het staat me nog zo goed bij: hoe Peter dan met kopjes koffie of glazen wijn over het tuinpad naar het tafeltje liep, hoe ik er met een schaaltje lekkers achteraan kwam. Even een groet naar de buren, het geschraap van onze stoelen voor een nog betere plek in de schaduw of juist de zon. En dan lekker onderuit.

Ik heb dat schedeltje meegenomen. Hij hangt nu op mijn terras. Niet boven een deur maar boven het kastje dat ooit ook in onze tuin stond. Ik kan het zien vanuit mijn woonkamer als ik op de stoel bij het raam zit en ik kan het zien vanaf mijn plekje op de bank op het terras. En dan kan ik niet anders dan terugdenken aan die plek, aan onze plek bij dat huisje.
Die plek waar we samen zo van genoten hebben. 
De plek waarvan ik nooit had gedacht dat het een herinnering zou worden. Niet nu al en zeker niet voor mij alleen.
Een bitterzoete herinnering. Eentje die schrijnt en troost tegelijk.


Geen opmerkingen:

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...