Hoe kan ik zijn as uitstrooien?
Hoe kan ik naar Ameland, het eiland waar we samen (sámen!) zo graag kwamen?
Hoe kan ik daar alleen, in mijn eentje naar toe?
Hoe kan ik daar zonder Peter naar toe?
Met zijn as?
Hoe?
Hoe dan?
"Neem de tijd. Het hoeft niet nu al. Over een jaar pas desnoods. Twee jaar. Drie jaar. Ooit... Wanneer je eraan toe bent."
Zo werd ik getroost en gerustgesteld. Zo heb ik mijzelf getroost en gerustgesteld, en zo heb ik geprobeerd er niet te veel en te vaak aan te denken. Al vroeg ik me soms wel af hoe dat zou voelen: eraan toe zijn.
Zo'n vier weken geleden kwam ik daar achter. Ik begon steeds meer te spelen met gedachten aan Ameland en hoe ik daar zou rondlopen. Ik zocht naar hotelovernachtingen en keek op diverse sites. Het ging niet altijd even goed; verschillende keren klikte ik in tranen alles weg en wilde, durfde, ik er niet meer mee bezig te zijn. Het was te groot, het was te veel, te eng, te confronterend.
Maar na een paar dagen borrelde het toch weer op en zat ik weer te google'en.
En toen hakte ik de knoop door. Toch ja. Bijna zomaar.
Ik boekte een hotel.
Ik zocht naar treinverbindingen en tijden van afvaarten en boekte gelijk de overtocht.
Ik boekte en betaalde ook meteen maar alles.
Met de zenuwen in mijn lijf maar zonder een spoor van twijfel.
Al moest ik daarna wel even een potje huilen.
Dat was dus drie weken geleden. Binnenkort vertrek ik voor vijf dagen naar ons eiland. Dat is korter dan de week die wij jaarlijks gingen maar, hopelijk, lang genoeg om me niet alleen maar verdrietig en alleen te voelen maar ook wat te "genieten. Het voert te ver om te zeggen dat ik me er op verheug maar ik zie er ook niet tegenop.
Toch namen die zenuwen (en nog wat emoties) het vanmiddag even over nadat ik mijn koffer uit de berging had gehaald en er alvast het een en ander bij wilde leggen.
Toch namen die zenuwen (en nog wat emoties) het vanmiddag even over nadat ik mijn koffer uit de berging had gehaald en er alvast het een en ander bij wilde leggen.
Ik werd overvallen door een "ouderwetse" paniekaanval.
Mijn keel voelde dik, het knelde om mijn borst en mijn adem ging sneller dan normaal. Tranen brandden in mijn ogen maar leken er niet uit te kunnen stromen. Even snapte ik er niks van, ik kon niet denken, alleen maar voelen en wat ik voelde was paniek. Paniek en verdriet.
Gelukkig ging dat even voorbij en kon ik weer tot mijzelf komen. Ik ben op mijn bed gaan zitten. Heb me verzet tegen de neiging om in elkaar te krimpen. Heb mezelf gedwongen om rustiger te ademen en mezelf zachtjes toegesproken:
"Het komt goed."
"Het is logisch."
"Dit gaat voorbij.
"Je kan dit.
"Dit is moeilijk maar je kan dit."
"Je kan dit want je wil dit."
En langzaam, beetje bij beetje, ebde de paniek weg.
Het zal geen gemakkelijke reis worden, verre van dat. Ik ben nog nooit langer dan een dag zonder Peter weggeweest, heb nog nooit alleen in een hotelkamer overnacht. Dat zijn dingen die ik wel kan. Denk ik, wil ik.
Maar deze eerste keer en dan zo alleen...
Met zijn as in mijn bagage in de trein in plaats van Peet neuriënd achter stuur naast mij...
Het zal moeilijk, heel moeilijk worden maar ik weet en accepteer het. Zo voelt het kennelijk: eraan toe zijn.
Ameland moet weer de fijne plek met de mooie herinneringen worden en niet de plek waar ik niet naar toe zou durven.
Ameland zal straks hopelijk nóg specialer, nóg dierbaarder worden.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten