Wanneer iemand aan mij vraagt hoe het is, is mijn antwoord bijna altijd "Het gaat." Vaak met wel en hoor erachter: "Het gaat wel, hoor..."
Er zijn dagen waarop ik dit zeg omdat ik dan te moe ben om te vertellen dat het eigenlijk niet gaat en dat ik al mijn energie nodig heb om overeind te blijven. Of, en, omdat ik op dat moment net even "pauze" van mijn rouw nodig heb en het niet over mij wil hebben. Ik hoop dat dan wel overkomt dat ik de vraag en de aandacht waardeer.
Inmiddels zijn er meer dagen waarop mijn "Het gaat wel." precies zo klopt. Ik leer met vallen en opstaan om verder te gaan, zonder mijn Peet, met mijn verdriet.
Ik had dit nooit willen leren maar het is het enige wat mij nu rest en waar ik ook mijn best voor doe. Omdat ik nog een zoon heb en, inderdaad, omdat Peet dit gewild zou hebben. In die volgorde.
Ik had dit nooit willen leren maar het is het enige wat mij nu rest en waar ik ook mijn best voor doe. Omdat ik nog een zoon heb en, inderdaad, omdat Peet dit gewild zou hebben. In die volgorde.
Over een paar dagen ben ik jarig. Mijn tweede verjaardag zonder Peter. Ik ben dan twee jaar ouder dan hij geworden is. Dat is zo'n rare gedachte. Peet en ik zijn in hetzelfde jaar geboren, hij in maart, ik ruim een half jaar later. Dat had als gevolg dat elke keer na zijn verjaardag ik dacht dat ik ook al een jaar ouder was geworden.
Hij werd zesenzestig en ik wist dat ik dat op mijn volgende verjaardag ook zou worden.
Hij werd zevenenzestig, ik dus een paar maanden later ook.
Op vragen hoe oud ik was, moest ik daarom om volledig te zijn er altijd het woordje "bijna" bij zeggen.
Vorig jaar moest ik erg nadenken hoe oud ik zou worden; hij was immers niet eerder al achtenzestig geworden. Dat schrijnde zo. Dit jaar schrijnt het nog meer.
Met elke verjaardag weer een jaar ouder dan hij te worden voelt bijna onnatuurlijk.
Er zijn zoveel dingen, momenten, dagen die schrijnen. Sommige zijn minder pijn gaan doen, andere juist erger maar ik leer steeds meer om hiermee om te gaan. Dit gaat niet in een stijgende lijn maar slingerend. Het is een lijn die omhooggaat, fors omlaag kan duikelen om vervolgens weer langzaam te stijgen, toch weer wat zakt, stijgt, stabiel blijft, daalt... enzovoort, en zo verder.
Ik leer steeds meer om te geloven in mijn kracht om na het vallen weer op te kunnen krabbelen, ik leer steeds meer om mijn duikelingen juist te accepteren. De pijn van dat zo moeilijke terugvallen hoort immers bij hoe mooi Peet en ik het samen hebben gehad. Het is de achterkant van dezelfde medaille.
Dat besef en vooral dat accepteren, hoe moeilijk ook, helpt vaker om in alle oprechtheid "Het gaat.", "Het gaat wel, hoor." te zeggen.
Over een paar dagen ben ik dus jarig. Voor de tweede keer is Peter er niet om samen te bedenken wat we, wat ik dan ga doen. Aan verjaardagsfeestjes en uitgebreide visites deden we niet, aan cadeautjes ook steeds minder. Onze manier om onze verjaardagen te vieren was erop uitgaan: een stad, een museum. Peet tilde dat dan vaak naar een hoger level door er een hotelovernachting bij te boeken.
Dit jaar heb ik me een uurtje van zelfmedelijden gegund: "Moet ik nou in mijn eentje iets voor mijn verjaardag bedenken?!". Daarna heb ik mezelf bij elkaar geraapt: "Ja, en dat ga je dus doen ook!".
Het is me gelukt om iets te verzinnen wat ik vast leuk zal vinden. Het wordt geen stad, geen museum, ook geen hotelovernachting. Wel iets, en dat is natuurlijk niet toevallig, waar Peet zich ook op zou verheugen.
Ook ja, want ik verheug mij er ook op. Toch en ondanks. Mij kunnen verheugen op een dag die ook verdrietig zal zijn hoort ook bij dat het gaat. Dat het wel gaat.
