donderdag 1 januari 2015

Voor 2015:


Voor 2015 wens ik jullie allemaal

een goede gezondheid * kracht als het tegenzit * mooie herinneringen naast verdriet om verlies * wijsheid en fantasie * minstens één complimentje per dag * rust om te genieten * zeker twee glimlachen voor elke norse blik op je werk, in de supermarkt, op straat


Ik wens jullie mensen om je heen

die jou kunnen troosten * met wie je de slappe lach kan krijgen * met wie je fijn kan praten * met wie je kan zwijgen * die jou een spiegel durven voorhouden, op een liefdevolle manier * op wie je kan vertrouwen, wat er ook gebeurt * die jij, op jouw beurt, ook blij kunt maken * die van jou houden


Hopelijk brengt 2015 voor jullie

veel verheugmomenten en -momentjes * fris-zonnige winterdagen * een vriendelijke lente * zwoele zomeravonden * een zachte Indian Summer-herfst * mooie verhalen * leuke verrassingen * het lef om eindelijk dát te doen wat je altijd al wilde maar tot dusver niet durfde


Voor 2015 wens ik jullie alle goeds!


zondag 28 december 2014

Een rondje in de sneeuw


“Doe je wel voorzichtig?” waarschuwde Peter toen hij mij afzette. “Het is glad, hoor!”

De eerste meters waren inderdaad wat eng. Het was gladder dan ik had verwacht en ik vind glad niet fijn. Ik vind glad eng.  Onderuit gaan op zo’n hardgevroren ondergrond zou niet alleen pijn doen maar waarschijnlijk ook een blessure als een verrekking opleveren. Of een breuk... Een verstuiking... Een kapotte iPhone... Ik liep dus zo voorzichtig mogelijk met mijn blik op het pad voor me gericht. Misschien was dit rondje in de sneeuw toch niet zo’n goed idee...



Toen vloog er een vogel voor mij de bosjes in. En nog eentje en nog één en nóg een paar. Ze scheerden vlak voor mij langs omhoog langs de bomen en er dwarrelde wat sneeuw omlaag. Van de weeromstuit keek ik naar boven en opeens zag ik hoe mooi de zon door de besneeuwde takken scheen. Mijn schouders ontspanden, mijn voeten vonden hun eigen weg tussen de gladde plekken van het pad en over de sneeuw, en ik begon te genieten.


Het was moeilijk lopen, het was bepaald niet rustig met al die wandelaars daar op de hei, maar o, wat was het mooi. Het blauw van de lucht stak prachtig af tegen al dat wit en je kon kilometers ver kijken. De sneeuw kraakte onder mijn schoenen en het gejoel van sleeënde kinderen vermengde zich met mijn loopmuziek. Bij een bevroren plas had een stelletje veel plezier om hun hond die als Bambi op het ijs zijn poten onder zich probeerde te houden. Ik lachte met hen mee, toen wist ik nog niet dat ik een kilometer of twee verder, op de paden van het bos aan de overkant van de hei, me net zo onbeholpen zou voelen (en gedragen).


Voordat ik in dat bos aan de overkant was moest ik de rijksweg oversteken. Een zeer drukke rijksweg ook nog. Daar trof ik Peter.  Hij had zijn wandeling onderbroken om zeker te weten dat ik goed zou uitkijken bij het oversteken een foto van mij te maken. Het bos-aan-de-overkant is het bos waar ik heel regelmatig loop en waarvan je zou kunnen verwachten dat ik er inmiddels de weg weet. Yeah, right ;) Ik ben er dus zeker een kilometer lang min of meer verdwaald. Omdat paden zonder sneeuw er heel anders uitzien dan mèt sneeuw en “onbekende” paadjes een grote aantrekkingskracht op mij hebben.


Ik rende een hellinkje op, glibberde een hellinkje af, maakte nog maar eens een foto, probeerde iets tevergeefs te herkennen, deed vervolgens geen enkele moeite meer daarvoor, was zo blij dat ik niet thuis op de bank was gebleven, huppelgleed voorbij een wandelaarster die “Voorzichtig! Voorzichtig! Het is glad, hoor!” riep, ging voor de zoveelste keer nèt niet onderuit en kwam uiteindelijk (goh... eh: jawel!) op het afgesproken eindpunt. Met rode wangen en natte sokken.


Het was geen verre loop, zeker geen snelle maar wel een o, zo heerlijke! Mèn, wat was dat rondje in de sneeuw een goed idee!





woensdag 24 december 2014

Mooiste kerstcadeau ooit


Het waren volle weken geweest. Meer nog in mijn hoofd dan op het werk maar ik was er moe van. En zoals dat altijd gaat met vrije dagen in het vooruitzicht: de laatste loodjes waren zwaar. “Nog een paar uurtjes en dan.... languit op de bank!” dacht ik die laatste werkdag van het (mijn) jaar. Dat mijn huis wel een goede beurt kon gebruiken en dat de kerstspullen nog op zolder stonden, dat alles parkeerde ik in een hoekje van mijn achterhoofd. Straks, maandag, dinsdag kan ook nog wel. Eerst bijkomen, eerst uitrusten... waarom zou ik haasten? De plannen voor kerst waren eenvoudig: eerste kerstdag een brunch buitenshuis met jongste zus en haar gezin, en tweede kerstdag met ons tweetjes.

“Nee, Paul komt dit jaar niet met kerst. Hij komt half januari.” Ik had het zo vaak moeten zeggen. “Het is goed zo, hoor! Ik ben heel blij dat hij nog zo geregeld naar Nederland kan komen.” Ik snapte het wel: iedereen die het vroeg bedoelde het lief, gunde ons een kerst-met-zoon, maar stiekem was ik het een beetje zat: de meesten keken zo... zo... sneuïg bij mijn antwoord. Ik bèn niet sneu! Ik heb dan mijn zoon niet bij me met kerst maar ik heb wel een prachtzoon! Daar is niets sneu aan! En bovendien is het januari en half januari voor je het weet! Zo! Ik zei dit alles natuurlijk niet hardop, ik dacht het echter wel. Met uitroeptekens en al.

Waren het die wat dwarse gedachten die mij energie gaven om de bank, de bank te laten en mijn huis onder handen te nemen, en dan niet “straks, maandag, dinsdag...” maar meteen die zondag al? Kwam het door de frisse zondagochtendloop over de hei en door het bos? Was het omdat ik in de voorgaande weken (te) veel met werk bezig was geweest en ik het nodig had om de balans te herstellen? Ik heb het me maar niet afgevraagd maar ik heb genoten van het bezig zijn. Lekker in huis bezig zijn met emmers sop, stofzuiger, wasmachine en kerstversierselen. Lekker de boel zien opknappen en heel voldaan vinkjes op mijn to do-lijst kunnen zetten.

En toen werd het dinsdagavond. Ik lag lekker onder een plaid op de bank, mijn boek nog ongeopend op mijn schoot, te genieten van de kerstlichtjes en de kerstmuziek die Peter had opgezet. Het huis was klaar. Klaar voor de kerst. Het is goed zo. Echt! Ik pakte mijn iPhone. Zou ik Paul nu een berichtje sturen? Het is acht uur later bij hem in Seoul, bij hem is al bijna kerst. Hoe zou hij het vieren? Ik besloot het hem de volgende dag te vragen, hij slaapt vast nog. Ik pakte mijn boek en toen...

toen ging heel onverwacht de bel...

"Hallo!"






donderdag 18 december 2014

Etta & Otto & Russell & James





 Zij schreef:

Otto,

Ik ben weg. Ik heb nog nooit het water gezien, dus daar ben ik heen. Maak je geen zorgen, ik heb de wagen voor jou laten staan. Ik loop wel. Ik zal proberen te onthouden terug te komen.

(altijd)
je,

Etta.

En onderaan zijn brief aan haar terug, de eerste van vele en waarvan hij verwacht dat ze retour afzender zullen komen omdat hij geen adres van haar kan bedenken, schrijft Otto in een PS:

Ik weet dat je bent weggegaan om het water te zien, en je moet het ook zien, Etta, echt waar maar voor het geval er andere redenen zijn waarom je weg bent gegaan, voor het geval er iets is wat je hebt ontdekt of onontdekt dat je niet persoonlijk tegen me wilde zeggen, in dat geval kun je het hier tegen me zeggen. Zeg het tegen me, en ik zal er buiten pen (of potlood) en papier nooit iets over zeggen.


Haar brief en zijn reactie zijn voor mij heel typerend voor het boek “Etta & Otto & Russell & James” van Emma Hooper. Ik las, nee, ik voelde er compromisloze liefde in en ook de rust van het accepteren van dingen die zijn zoals ze nu eenmaal zijn. De uitspraak van Etta dat zij niet verdrietig wordt maar: “Ik word kwaad. Ik wil dingen doen en nog meer dingen doen en er nooit mee ophouden. Als we iets doen, leven we en als we leven, dan winnen we, toch?” staat wat mij betreft niet haaks op dat accepteren. Ik zie en herken dit als de keus die je hebt om te bepalen hoe je omgaat met mensen en omstandigheden die je niet kan veranderen. Mensen, omstandigheden en (dus) ook beperkingen. Beperkingen als oud worden en vergeetachtig.

Etta is namelijk al tweeëntachtig en dement, en toch wil ze niet ophouden met het doen van dingen en nóg meer dingen. Ze heeft herinneringen waar ze niet aan wil denken en herinneringen die ze bij zich wil houden. Tijdens haar tocht heeft ze daarom een papier tussen haar spullen waarop staat wie zij is en wie haar dierbaren zijn.
  
Jij:
Etta Gloria Kinninck, Deerdale Farm. 83 in augustus

Familie:
Marta Gloria Kinninck. Moeder. Huisvrouw. (Overleden)
Alma Gabrielle Kinninck. Zus. Non. (Overleden)
James Peter Kinninck. Neef. Kind. (Doodgeboren)
Otto Vogel. Echtgenoot. Militair/Landbouwer. (In leven)
Russell Palmer. Vriend. Landbouwer/Ontdekkingsreiziger. (In leven)

Dit briefje heeft zij zèlf geschreven, zèlf bij zich gestopt, en het raakte me diep. Net zoals het vervagen in haar hoofd van de grenzen van het toèn en het nú mij raakte. Net zoals de momenten waarop zij zich Otto voelde en zijn herinneringen meemaakte. Zijn traumatische herinneringen. Hun verbondenheid dwars door haar dementie heen raakte me diep. Het raakte mijn machteloze woede ten aanzien van Alzheimer en mijn medelijden, mijn mede-lijden. Toch bleef ik na het lezen niet verdrietig op de bank achter. De zuchten die uit mijn mond kwamen zeiden meer “Wat móói.... Wat een mooie liefde, wat een mooi boek....” Geloof me, je moet als schrijver heel wat in je mars hebben om mij zo achter te kunnen laten na het lezen over dementie. Emma Hooper bleek zo'n schrijver.

Emma Hooper schrijft prachtige zinnen. Zij gebruikt geen woord, geen lettergreep teveel; ze gebruikt soms zelfs maar een klein gedeelte van een bladzijde, dan staat er maar één alinea of drie zinnen. Ik kan me voorstellen dat dit raar overkomt maar het klopt helemaal met het verhaal en de manier waarop het verteld wordt. Ik had die momenten gewoon nodig om alles even te laten bezinken. 

“Etta & Otto & Russell & James” gaat over liefde, vriendschap, oorlog en dementie. Het gaat over verder gaan, keuzes maken, herinneren en vergeten. Over dingen die je zou willen vergeten en dan opeens het beangstigende besef als je merkt dat ze uit je geheugen aan het wegglippen zijn...


Lieve Etta,

We hebben goede dagen en slechte dagen. Je hebt ooit tegen me gezegd erom te denken dat ik bleef ademhalen. Zolang je dat kunt, doe je iets Goeds, zei je. Het oude afdanken en het nieuwe binnenhalen. En dus, optrekken. Vooruitgang maken. Dat is soms het enige wat je hoeft te doen om vooruit te komen, zei je, alleen maar ademhalen. Maak je dus geen zorgen, Etta. In elk geval haal ik nog adem.
Je moet er bijna zijn, of heel dichtbij. Ik hoop het. Ik hoop dat je alles ziet.
Ik schrijf alleen om te zeggen: Ik ben hier, maak je geen zorgen. Ik ben hier, ik haal adem, ik wacht.

Otto.


"Etta & Otto & Russell & James" van Emma Hooper is het mooiste boek dat ik dit jaar gelezen heb. Echt het allermooiste.





Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...