zondag 25 februari 2018

Mijn werkplek anno nu



Terwijl ik de afwasmachine aan het leeghalen ben vraagt een bezoeker hoe laat de schaakclub begint. Een collega pakt de theedoek uit mijn hand: “Ik neem het van je over, wil jij dan even een nieuw pasje voor een klant maken? O, en er is iemand die informatie wil over de computercursus die jij geeft.”
Als ik dat allemaal (en nog iets meer) afgehandeld heb, ruik ik de soep die alvast voor het wekelijkse etentje opgewarmd wordt, zie ik een andere collega wat verfspatjes van het volksschilderen van die ochtend opvegen en hoor ik kinderen juichen bij het tafelvoetbalspel. Moet ik vragen of het ietsjes rustiger kan? Maar de jongen die aan één van de leestafels op zijn laptop aan het werk is, heeft oortjes in en schijnt er geen last van te hebben.

Het is een gewone werkdag in de bibliotheek.

Een gewone werkdag sinds een half jaartje.

Ik werk inmiddels ruim vijftien jaar op een filiaal van de Edese bibliotheek en in die tijd heb ik veel veranderingen meegemaakt. Aan een aantal heb ik zelfs mee mogen werken. Ik zag het als mógen ja, niet moéten. Niet elke verandering is een verbetering maar ik zou het verontrustend (en stiekem ook wel saai) vinden als alles altijd hetzelfde zou blijven. Bovendien hebben de meeste veranderingen, met als op één na grootste voorbeeld de zelfscan-apparaten, geleid tot meer tijd vóór en dus contact mét onze klanten en bezoekers, en dat is wat ik het leukste aan mijn werk vind. (Oké, oké, ik vind lezen nog leuker minstens zo leuk maar om de een of andere reden wordt het toch meer gewaardeerd als ik met mensen in gesprek ben dan wanneer ik in een hoekje verdiept in een boek zit.)

Ik noemde de invoer van zelfscan-apparaten de op één na grootste verandering, de grootste, de meest ingrijpende verandering is namelijk dat sinds vorig jaar augustus wijkbewoners (en ook andere Edenaren) niet alleen voor het lenen van boeken bij ons terecht kunnen maar ook om een workshop of cursus te volgen, in een clubje te handwerken, een partijtje te schaken of te dammen, op vrijdagmiddag mee te eten en het spreekuur van het Taalhuis te bezoeken. Om maar een paar mogelijkheden te noemen. Daarbij (en daarom) is het filiaal nu zes hele dagen en een avond open in plaats van de drie middagen en twee avonden.

Dit alles was en is soms nog behoorlijk wennen. Wennen voor de mensen die gewend waren om “gewoon”, lekker rustig wat boeken uit te komen zoeken en/of een tijdschrift of krant te lezen. En ook wennen voor ons, bibliotheekmedewerkers, die nu niet alleen met bezoekers voor heel andere activiteiten te maken hebben maar die ook, vanwege de veel ruimere openingstijden, met vrijwilligers samenwerken.

“Hoe is dit alles nu voor jou?” vroeg een kennis laatst. “Dit is toch totaal anders werken?” Ik antwoordde dat ik niet lang nodig had gehad om me aan te passen en dat ik zelfs niet meer terug zou willen naar de oude situatie van “alleen maar” bibliotheek, van “alleen maar” bibliotheekklanten en van “alleen maar” bibliotheekcollega’s. Deze opzet is niet alleen een dynamische en inspirerende plek om in te werken maar ook om, als de wijkbewoner die ik toch ook ben, te bezoeken. 
Of er dan echt niets was waar ik wél erg of desnoods een beetje aan heb moeten wennen, vroeg ze toen. Kennelijk kon zij het zich niet zo goed voorstellen. “Ja, er is wel een verandering waar ik me nog elke week erg bewust van ben,” zei ik en zij keek mij afwachtend aan. “Ik heb mijn maandag voor de dinsdag verruild, dus nu heb ik een dag extra weekend. Dat is nóg steeds zo wennen op de zondagavond! Zo heerlijk wennen!”

Dat antwoord had zij niet zien aankomen maar, hoor eens, werken is leuk maar ik moet natuurlijk ook wel tijd hebben om te lezen!

Klik op de foto voor het lezen van mijn bijdrage aan dit artikel





maandag 25 december 2017

Gelukkige kerst- en andere dagen!



“Zeg kerstboompje, wil je wat op mijn blog vertellen?”

“Huh, waarom?”

“Dat lijkt me zo gezellig.”

“En wat wil je hier horen, dan?”

“Tja. Misschien iets over je dagen in het tuincentrum?”

“Waar ik vooral werd uitgelachen? ‘Hé kleintje, ze mogen wel twee pieken op je zetten!’ Ha-ha-ha-niet-leuk.”

“Dat was zeker niet vriendelijk.”

“Nee. En ik hoef geen medelijden. Niet meer in ieder geval.”

“Omdat je nu bij ons bent? Wij vinden je maatje precies goed!”

“Dank je. Je hebt me ook mooi versierd en ik ben dikke vriendjes met de lichtjes.”

“Dus het klopt dat ik jullie laatst hoorde praten?”

“We kletsen wel vaker, hoor. Zij vertelden dat zij pas een jaar of twaalf, dertien bij jou zijn.”

“Klopt.”

“Omdat je eerst andere lichtjes had? Voor een grote boom?”

“Klopt.”

“Heb je die niet meer sinds je grote verdriet?”

“Hoe weet jij daarvan?”

“Dat had een oude kerstbal aan die lichtjes verteld. En dat je blauwe sterren en rode balletjes hebt gekocht omdat dat de lievelingskleuren van je zonen zijn.”

“Klopt.”

“Klopt het ook dat je vroeger weleens moest huilen als je mijn voorgangers versierde?”

“Ja.”

“Wil je nu ook huilen? Het mag wel, alleen kan ik je niet goed troosten. Vanwege mijn naalden dus.”

“Ik snap het. Je bent lief maar ik hoef niet te huilen.”

“Ik zal in ieder geval je sterretjes en balletjes goed vasthouden.”

“Och kerstboompje.”

“Kerst is ook herinneren, hè? Denken aan mooie momenten en nog mooiere mensen.”

“Dat zeg je goed. Dat zeg je heel goed.”

“Maar ik ga toch niets op je blog vertellen.”

“Ach, waarom nou niet?”

“Omdat dat niet hoeft. Knijp je ogen maar een beetje dicht. Zó ja, gluur nu maar naar mij, naar de sterren, de ballen en de lichtjes.”

“Ja?....”

“Hoor je me nu?”

“Ik hoor je.”

”Gelukkige kerst- en ook andere dagen!"
  





donderdag 16 november 2017

Niet leuk


Zij: "Ik denk er steeds meer over om te stoppen met Facebook."
Ik: "Jammer. Waarom?"
Zij: "Ik word een beetje chagrijnig van al die blije berichtjes. Leuk uitje dit, gezellig met vriendinnen dat, foto's van schattige kinderen of katten. Alsof die alleen maar schattig zijn!"
Ik: "Eh... zou je niet chagrijniger worden van nare berichten? Als mensen vertellen dat ze verdrietig alleen thuiszitten, dat hun kind niet wil slapen, als ze foto van een kotsende kat posten?"
Zij: "Ach, je hebt wel gelijk. Een beetje gelijk. Ik heb soms gewoon zo’n zin in lekker zeuren en dingen niét leuk vinden! Om te lezen dat anderen ook ergens stevig van balen. En dan niet van dat serieuze wereldleed, gewoon alledaags gedoe."
Ik: "Hmmmm...."
Zij: “Zo moeilijk is dat toch niet? Vind jij soms altijd alles leuk??"
Ik: "Oh nee. Heb je even?"

Een niet-complete lijst van alledaagse zaken die ik niét leuk vind:

- onverschillige bediening in horecagelegenheden

- een verstopte afvoer

- dat ik niet kan zingen

- mensen (ouders!) die stripverhalen geen "echte boeken" vinden

- architecten die "mooi" niet kunnen (willen?) combineren met “praktisch”

- grijze uitgroei

- dat er calorieën in wijn zitten

- het doordringende lawaai van apparaten als maaimachines, hoge drukspuiten, elektrische zagen en bladblazers

- dat ik binnenkort bedrijfskleding aan moet

- wachten op leveranciers en/of monteurs

- als mijn computer of iPhone weer om een update vraagt

- koude voeten

- ein-de-lijk een parkeerplek vinden, na tachtig keer tikje vooruit - tikje achteruit het parkeren ("#$%&@!!!") opgeven en dat je dan in je spiegeltje ziet dat iemand met een veel grotere auto er zomaar inrijdt ("#$%&@!!!")

- dat ik niet kan parkeren

- mensen zonder zelfspot

- een onderbroek die zo hinderlijk tussen je bi.... eh, verkeerd ondergoed dus

- verhoogde fietspaden

- series op Netflix waarbij je zeker een week op een nieuwe aflevering moet wachten

- pashokjes met de spiegel aan de buitenkant

- mensen die willen stoppen met Facebook en dat ik daar dan serieus op in ga #waarominvredesnaam?



woensdag 8 november 2017

Naar de Lama's


Vandaag een week geleden. Ik lag, uitgeblust van een drukke woensdagmiddaguitleen, languit op bed toen er een app'je van één van mijn vriendinnen binnenkwam:

“Wat vind je van de Lama’s en tot hoe laat werk je vrijdags?”
Huh??

Verbaasd stuurde ik een vragend gezichtje met een groot vraagteken en ook iets van “Leuk” en “Tot vier uur”. Het bleek dat de Lama’s, na afwezigheid van zo’n negen jaar, een paar voorstellingen zouden geven in de Ziggo Dome. Vriendin zou er met vriend en zus (toevallig ook een vriendin van mij) naar toe en hield toen nog een kaartje over. Aanstaande vrijdag. Overmorgen-vrijdag. Of ik mee wilde?

Of ik mee wilde?

Ik ben een redelijk bedachtzaam mens. Ik ben absoluut niet van impulsieve aankopen. Ik ben geen control freak maar weet graag waar ik aan toe ben. Toch sòms… met enige regelmaat sòms ben ik een fan van “Niet denken maar doen! Gewoon doen!”

En dus...

Twee dagen later. Een uitgevallen intercity (grrrr) en een iets latere en daarom bomvolle trein later. Drie Hoi!-knuffels op Utrecht Centraal, een snelle oversteek naar het volgende spoor en een wandeling vanaf station Amsterdam Bijlmer ArenA later, zat ik met mijn vrienden en zo'n tienduizend (minus vier, dat weet ik wel exact) andere mensen in die immense concerthal.


WOW!!

We zaten op de tweede ring, dus helemaal bovenin.


 WOW!!

(Sorry voor die WOW's, ik was nog nooit in de Ziggo Dome geweest: #ziggomaagd)

Wat kan ik over de Lama’s en hun show zeggen? Ze waren en zijn ook nu nog leuk, snel, origineel en ongelooflijk gevat. Zelfs nu zij negen jaar ouder zijn, doen ze sterk denken aan jongetjes die samen erg veel lol kunnen maken en elkaar tot steeds flauwere (hoe flauwer, hoe beter) grappen opjagen. Ik vond de Lama's goed op tv en ik vond de Lama's erg goed live. 

Of ik geen hoogtevrees had, daar bovenin, vroeg iemand die mijn foto op Facebook had gezien.
Of ik niet ontzettend brak was de volgende dag?

Nee, ik heb geen hoogtevrees. Gelukkig niet!
Ja o ja, ik was erg brak (ben ook geen vijftig meer) maar het was het meer dan waard. Ik heb een heerlijke avond gehad!

Echt: bedachtzaam zijn is oké, weten waar je aan toe bent is fijn maar daarnaast, al is het maar af en toe, niet denken maar doen, gewoon doén brengt je op de leukste plaatsen. Met de leukste mensen ook nog.

En dan heb ik het niet alleen over de Lama’s ;)


zondag 15 oktober 2017

Zondagskind


Deze foto is genomen op mijn tiende verjaardag. Het zal een verjaardag zijn geweest zoals we die in die jaren altijd vierden. Met een kamer vol familie, een slagroomtaart met kaarsjes, slingers en cadeautjes. Met nieuwe, meestal door mijn moeder genaaide, kleren en een “lang-zal-ze-leven” waarbij mijn vader meer wat mee bromde dan echt zong maar ter compensatie vier in plaats van drie keer “hoera” riep.

Als ik naar deze foto kijk kan ik me nog goed herinneren hoe mijn leventje er toen uit zag. We hadden wel een tv maar nog geen telefoon. We waren in dat jaar net van een kleine flat naar een "echte" eensgezinswoning verhuisd waardoor ik een eigen kamer kreeg en, vanwege de grotere afstand, fietsend in plaats van lopend naar school ging. Dat laatste vond mijn moeder eng en ik stoer. Ik was immers ál tien, ik was niet gauw bang en al vond ik iets eng, dan liet ik dat niet gauw merken. Ik ben, besef ik nu, niet veel veranderd. In dat opzicht niet maar ook niet op wat andere gebieden.

Ten eerste las ik toen al veel. Voor die tiende verjaardag in 1967 zullen er ongetwijfeld een paar boeken op mijn verlanglijstje gestaan hebben. Ik was (ben nog) leergierig maar had (heb) een broertje dood aan huiswerk, was (oké, ben) liever lui dan moe (met uitzondering voor toen gym en nu hardlopen), had (heb) een levendige fantasie en was (ben!) als de dood voor spinnen.

Verder had ik wel een vaste groep schoolvriendinnen maar voelde ik me prettiger bij één op één-contacten. Na schooltijd ging ik daarom het liefst en het meest met een vriendinnetje uit de buurt om. Samen fietsten we dan al kletsend door onze wijk die volop in aanbouw was en wisten we zo beter dan onze ouders feilloos de weg en alle nieuwe straatnamen.
(Oké, in dat laatste ben ik wèl veranderd.)
(Boodschapje terug in de tijd: Sylvie-in-1967, let alsjeblieft goed op bij aardrijkskunde en topografie, het zal je van pas komen!)

Op de foto lach ik wel lief maar ik kon ook driftig en ongeduldig zijn. Hoewel de jaren en vooral mijn jongens mij milder en geduldiger gemaakt hebben, kan ik nog steeds behoorlijk fel en ietwat kort door de bocht reageren. Zeker als ik onredelijkheid zie of zelfs maar vermoed. Een ander onveranderd karaktertrekje: Ik herinner me uit die tijd een gesprekje met de meester van mijn klas. Hij had mij geplaagd met het feit dat ik op vrijdag de 13e jarig zou zijn: “Je weet toch dat dat een ongeluksdag is?”. Anno 2017 had die Sylvie van toen met haar ogen gerold, in 1967 was mijn reactie dat ongeluk en jarig-zijn niet samen kunnen vallen èn dat ik op een zondag geboren was. “Dat maakt het toch goed?” Die meester had niet, zoals ik had verwacht, geknikt maar lichtelijk geïrriteerd gezucht. Misschien moet ik hier ook een boodschapje terug in de tijd inlassen, iets in de trant van “Trek je er niets van aan dat die meester je een eigenwijsje noemt.” Die moeite kan ik me besparen: er zijn nog steeds mensen die mij eigenwijs vinden.
Soms hebben ze wel gelijk.
Sóms hè! ;p

Ach ja, foto’s van toen en boodschapjes terug in de tijd. Als ik naar die tienjarige ik kijk, heb ik weinig behoefte om mezelf (tjeezis, dit gaat wel behoorlijk schizofreen klinken) een boodschap mee te geven. Als zestigjarige weet ik immers: het komt wel goed met haar, met dat meisje uit 1967.

Ondanks “alles”.

Ondanks al die "vrijdagen de 13e".

Zij is, ik ben een zondagskind.




Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...