woensdag 11 juli 2018

I love deze oma!




Mevrouw L. is in meerdere opzichten één van onze oudste klanten. Zij is niet alleen ruim 80+ maar ook langer dan ik me kan heugen een trouwe bibliotheekbezoeker. Ik heb haar als het ware van stok naar rollator naar scootmobiel zien gaan. Nu is zij met dat laatste redelijk behendig maar in het begin was het stevig wennen.

“Och kind, en toen was ik vergeten om ‘m in de achteruit te zetten en lag ik daar bijna tussen de andijvie!”

Een collega die vlak bij ons stond toen zij mij dit verhaal vertelde schrok misschien nog meer van mijn lachbui dan van het bijna-ongelukje in de supermarkt, maar mevrouw L. en ik weten wat we aan elkaar hebben. 

“Hallo, daar ben ik weer!” is haar standaardbegroeting. En bij het vertrekken: “Nou kind, ik ga maar weer eens. Doei!” Tussendoor praatten we wat over de boeken die zij net gelezen heeft, wisselen wij wat tips uit, vertelt zij over haar man die steeds meer zorg nodig heeft (ook van haar), “het studentje” dat haar helpt bij het computeren en over haar kleinkinderen die helaas niet in de buurt wonen. Het glas van mevrouw L. is driekwart vol; als zij weer weggaat laat zij mij altijd vrolijk achter.

Een week of wat geleden kwam zij weer binnenrijden. “Hallo, daar ben ik weer!" en er meteen achteraan: "Kind, heb je even?” Natuurlijk had ik even, voor haar wel langer dan even. Mevrouw L. had een akkefietje. (Zij noemt de meest uiteenlopende dingen akkefietjes, van per ongeluk bijna tussen de andijvie terechtkomen tot een schrijver op wiens naam zij niet kan komen.)
Dit akkefietje ging over haar jongste kleinzoon. Kleinzoon was geslaagd voor zijn diploma (“Vraag me niet wat voor studie maar knap is het wel, toch?”) en mocht daarom, zoals elk geslaagd kleinkind van haar, een cadeau uitzoeken.

 “En wat denk je dat hij wil hebben?”
Ik had echt geen idee.
“Een tatoeage! Wat vind je daar nou van? Ik heb niets met die dingen en dan vraagt hij dat aan mij!”

Bij wijze van antwoord liet ik haar mijn rechterpols zien. En toen zij verrast vroeg hoe ik daar nou aan kwam, gaf ik haar de lightversie van het verhaal achter mijn tattoo.
“Dat is wel heel mooi. Maar dan juist vanwege de betekenis. Er moet wel een bijzondere reden achter zitten,” vond mevrouw L. "Niet zomaar iets."
“Ik vind het behoorlijk bijzonder dat hij zoiets aan zijn oma vraagt. Dat zegt wel wat over de band die jullie hebben,” zei ik.
“Ja, het is een lieverd. Nou, ik ga erover nadenken.”
“En misschien samen een mooi plaatje uitzoeken?” waagde ik.
Grinnikend zette zij haar scootmobiel in zijn achteruit.
 “Ja! Iets met I love oma! Ik ga maar weer eens, kind. Je hoort nog wel wat het is geworden. Doei!”

En nu ben ik dus zó benieuwd!
Ergens zou het mij niets verbazen als mevrouw L. de volgende keer zelf met een tattoo komt, op z'n minst van een plakkertje. 



dinsdag 3 juli 2018

Netflix Challenge update


 Hoe of het met mijn Netflix Challenge ging, vroeg iemand laatst.
“Hmm, ja goed,” antwoordde ik.
“Je ligt op schema? Die vijfentwintig films/documentaires ga je wel halen?”
Ik mompelde iets wat de ander niet hoefde te verstaan.
“Wat?”
Er kwam nog iets onduidelijks uit mijn mond, iets met “klaar” erin.
“Je bent er klaar mee? Twee per maand is ook best veel. Je hebt toch ook meer dingen te doen!”
Toen heb ik het maar bekend: “Het is klaar. Ik heb mijn doel al gehaald.”

Even tussendoor: normaal doe ik niet zo geheimzinnig, schijnheilig bescheiden of hoe je het noemen wilt. Het geval wil echter dat degene die ernaar vroeg een heel gestructureerd iemand is, iemand die voor elk karweitje een vaste dag heeft, die een tiptop in orde huis én tuin heeft, die pas gaat lezen als de boodschappen gedaan zijn en die geen idee heeft hoe leuk bingewatchen is. Iemand die ik dolgraag zou willen zijn. Als ik mijn boek uit heb. Of mijn serie. Of vlak voor ik onverwacht bezoek krijg. Een benijdenswaardig persoon maar niet iemand aan wie je zomaar vertelt, zonder het risico te lopen dat zij ter plekke flauwvalt, dat je in een half jaar tijds die vijfentwintig films/documentaires er doorheen gejast hebt.

Wat ik dus heb gedaan.
Achtentwintig om precies te zijn.
Achttien films en tien documentaires in zes maanden in plaats van in een jaar.

Ik weet dat ik beloofd heb om ze hier op dit blog te bespreken maar dat ga ik mijzelf jullie niet aan doen. Netflix’ers op zoek naar een tip en andere geïnteresseerden kunnen onderaan deze post mijn lijst bekijken. Geen bespreking dus, zelfs geen korte beschrijving over de inhoud, wel bij elke titel een link naar Imdb.com, dé site voor films, series en documentaires, en een waardering van één tot vijf sterren. Dat laatste gaf behoorlijk wat stress hier; welke films/docu's vijf sterren verdienen stond (en staat) als een paal boven water, maar welke vier, drie en "slechts" twee of één... Ik heb er nog net niet wakker van gelegen.

Ondanks dat ik, achteraf gezien, wel erg voorzichtig heb ingezet en deze challenge (mede) daardoor niet echt een uitdaging is geworden, heb ik ervan genoten én geleerd. Ik had niet verwacht dat ik zoveel mooie, interessante, ontroerende documentaires zou vinden. Ik ben dagenlang onder de indruk gebleven van de staat van de koraalriffen (Chasing coral). Ik heb tranen moeten wegslikken bij het zien van End Game en echt gehuild bij het o zo mooie Twinsters.
De lijst van documentaires die ik nog wil zien is inmiddels langer dan die van films. Nu mijn doel gehaald is, ga ik me storten op documentaireseries. En mijn huis schoonmaken.

En dan volgt nu mijn lijst, eerst de films en dan de docu's. Het mag duidelijk zijn dat de titels met vijf sterren ab-so-lu-te aanraders zijn, vooral de documentaires!


The sessions    5*
Woman in gold    5*
The Hours    4*
Vaiana/Moana    4*
Okja    3*
Prisoners    3*
Tangled    3*
Vertigo    3*
Public enemies    3*
The butler    3*
Money monster    2*
Riphagen    2*
Unlocked    2*
Kick ass    1*



Chasing coral    5*
AlphaGo    5*
Twinsters    5*
Virunga    5*
End game    4*
Ladiesfirst    3*
Amy    3*



donderdag 10 mei 2018

Mijn wandelmaatje


Het is nog vroeg als ik wakker word. Nog maar net vijf uur geweest. Even vraag ik me af wat mij gewekt heeft, dan dringen regengeluiden door het open raam tot mij door.
“Regen…” denk ik, en meteen, als automatisch, er achteraan: “Kunnen we zo wel wandelen?” Dan besef ik: het is niet alleen geen woensdag maar we gaan ook niet meer, nooit meer wandelen. Kees is dood. En dan schieten de tranen weer in mijn ogen.

Mijn wandelmaatje Kees is er niet meer.

Ruim drie jaar hebben we samen wekelijks gewandeld. De eerste jaren op de maandagochtend, het laatste jaar op de woensdagochtend. Al die weken keek ik een paar dagen van tevoren al op mijn weerapp om te zien of het die ochtend wel droog zou zijn. Te warm had Kees het nooit, bij al te erge kou was er een deken voor over zijn benen maar als het regende moest ik toch afbellen. Gelukkig regent het niet zo vaak als je soms zou denken, in ieder geval niet op “onze” ochtenden.

Kees en ik, wij allebei, genoten altijd erg van het samen wandelen. Wij genoten van het buiten-zijn, van de rust, de vogelgeluiden, het geknisper van de blaadjes onder zijn wielen/mijn schoenen in de herfst, van de bermbloemen in de lente, de zon door de bomen in de zomer en in de winter van de frisse kou. Nog meer dan ik was Kees een buitenmens.

Wij hebben indertijd niet lang nodig gehad om aan elkaar te wennen. Kees herkende mij al snel aan mijn stem en aan mijn hand over zijn wang als ik hem goedemorgen wenste. Ik leerde te zien en te horen of hij iets prettig vond (of juist vervelend) en ik werd steeds handiger in het aantrekken van zijn jas en het omzeilen van hobbels en kuilen in de weg. “Kees wordt al vrolijk als we zeggen dat Sylvie zo komt!” vertelden zijn verzorgers mij vaak. En al snel begreep ik dat zij dat niet (alleen) uit vriendelijkheid zeiden maar dat het echt zo was; er was meer contact tussen Kees en mij dan ik van tevoren had verwacht. Contact en genegenheid. Diepe, diepe genegenheid. 

“Jij hebt Kees veel gegeven, wat heeft hij jou gegeven?” werd mij na zijn overlijden gevraagd. Ik hoefde er niet over na te denken: “Rust. Rust en vertrouwen.” De ommetjes met Kees waren rustpuntjes in mijn week. Ik kon dan, kón niet móest, mijn aandacht puur en alleen op hem richten. Op hem, de omgeving, de geluiden om ons heen. Ik vertelde waar wij naar toe gingen (“Wat dacht je van dit weggetje?”), wat we konden doen (“We hebben brood bij ons, we gaan de eendjes voeren!”) en ik liet mij door hem aanmoedigen als we een steile brug op moesten (“Ja-ja-ja-ja!").
Wat dat vertrouwen betreft: ik ben ervan overtuigd dat als Kees zich niet veilig of alleen maar comfortabel bij mij had gevoeld, hij dat heel duidelijk had gemaakt. Zijn vertrouwen in mij, een leek, weliswaar goedbedoelend maar toch bij lange na niet zo ervaren en bedreven als zijn verzorgers, was een kostbaar cadeau.

En nu is hij er niet meer. Kees werd heel onverwacht ziek en is vrij snel daarna overleden. Gisteren, op een zonovergoten, niét regenachtige woensdag, heb ik, samen met zijn verzorgers, medebewoners en andere naasten, mijn laatste wandeling met hem gemaakt.

Mijn wandelmaatje is er niet meer.

Kees is er niet meer.




zondag 15 april 2018

Ontslagbrief





Geachte leden van de Vereniging tot Behoud van Nederlandse Spreekwoorden en Gezegden,

Tot mijn grote spijt en ook wel verontwaardiging heb ik moeten besluiten om mijn functie als voorzitter aan de bomen te hangen. Te vaak heb ik moeten aanhoren hoe de meest gewone en alom bekend veronderstelde spreekwoorden en gezegden totaal verbasterd worden. Mijn koekje is op en ik zie er geen benen meer in om mijn bijdrage aan deze organisatie, die ik bijna in mijn eentje heb moeten runnen en zeilen, voort te zetten.

Ik wil jullie niet allemaal over één rug scheren maar (te) veel leden van deze Vereniging hebben blijk gegeven zelf geen idee te hebben in welke klok de klepel hangt. Ik kan er met mijn hoed niet bij hoe deze mensen lid hebben kunnen worden! Kennelijk is bij hun aanmelding niet naar het achterste van hun tong gevraagd. Toen ik de verantwoordelijken hierop aansprak, verweten zij mij dat ik niet bij de aanmeldingsbijeenkomsten aanwezig wilde zijn. Hoewel hun verwijt als een trap tegen mijn zere been voelde, heb ik toch uitgelegd waarom mijn afwezigheid schitterde. Ik heb genoemd dat ik indertijd met mijn beide oren in andere werkzaamheden zat en dat ik, als niet-Randstedeling, niet naast de deur woon. Toen kreeg ik een koekje van een ander deeg: ik zou zelf spreekwoorden en gezegden verkeerd misbruiken… Dit slaat echt kant noch wal! Echter, wie een hond wil, vindt altijd wel een stok.

Beste leden, het Nederlands is mij met de paplepel ingeslagen en deze Vereniging was echt mijn straatje. Maar kennelijk stak mijn hoofd te ver boven het maisveld uit. Wat ik ook beweer: als gebeten zondebok zal ik altijd aan het korte lontje trekken. Ik kan kortom niet meer als voorzitter of zelfs als lid aanblijven.

Ik wens u allen veel succes met de Vereniging en vooral met het zoeken naar een vervanger in een hooiberg.

Was getekend,

Prof. Dr. W.A.R. Taal, neerlandicus in hart en nier




Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...