zondag 15 oktober 2017

Zondagskind


Deze foto is genomen op mijn tiende verjaardag. Het zal een verjaardag zijn geweest zoals we die in die jaren altijd vierden. Met een kamer vol familie, een slagroomtaart met kaarsjes, slingers en cadeautjes. Met nieuwe, meestal door mijn moeder genaaide, kleren en een “lang-zal-ze-leven” waarbij mijn vader meer wat mee bromde dan echt zong maar ter compensatie vier in plaats van drie keer “hoera” riep.

Als ik naar deze foto kijk kan ik me nog goed herinneren hoe mijn leventje er toen uit zag. We hadden wel een tv maar nog geen telefoon. We waren in dat jaar net van een kleine flat naar een "echte" eensgezinswoning verhuisd waardoor ik een eigen kamer kreeg en, vanwege de grotere afstand, fietsend in plaats van lopend naar school ging. Dat laatste vond mijn moeder eng en ik stoer. Ik was immers ál tien, ik was niet gauw bang en al vond ik iets eng, dan liet ik dat niet gauw merken. Ik ben, besef ik nu, niet veel veranderd. In dat opzicht niet maar ook niet op wat andere gebieden.

Ten eerste las ik toen al veel. Voor die tiende verjaardag in 1967 zullen er ongetwijfeld een paar boeken op mijn verlanglijstje gestaan hebben. Ik was (ben nog) leergierig maar had (heb) een broertje dood aan huiswerk, was (oké, ben) liever lui dan moe (met uitzondering voor toen gym en nu hardlopen), had (heb) een levendige fantasie en was (ben!) als de dood voor spinnen.

Verder had ik wel een vaste groep schoolvriendinnen maar voelde ik me prettiger bij één op één-contacten. Na schooltijd ging ik daarom het liefst en het meest met een vriendinnetje uit de buurt om. Samen fietsten we dan al kletsend door onze wijk die volop in aanbouw was en wisten we zo beter dan onze ouders feilloos de weg en alle nieuwe straatnamen.
(Oké, in dat laatste ben ik wèl veranderd.)
(Boodschapje terug in de tijd: Sylvie-in-1967, let alsjeblieft goed op bij aardrijkskunde en topografie, het zal je van pas komen!)

Op de foto lach ik wel lief maar ik kon ook driftig en ongeduldig zijn. Hoewel de jaren en vooral mijn jongens mij milder en geduldiger gemaakt hebben, kan ik nog steeds behoorlijk fel en ietwat kort door de bocht reageren. Zeker als ik onredelijkheid zie of zelfs maar vermoed. Een ander onveranderd karaktertrekje: Ik herinner me uit die tijd een gesprekje met de meester van mijn klas. Hij had mij geplaagd met het feit dat ik op vrijdag de 13e jarig zou zijn: “Je weet toch dat dat een ongeluksdag is?”. Anno 2017 had die Sylvie van toen met haar ogen gerold, in 1967 was mijn reactie dat ongeluk en jarig-zijn niet samen kunnen vallen èn dat ik op een zondag geboren was. “Dat maakt het toch goed?” Die meester had niet, zoals ik had verwacht, geknikt maar lichtelijk geïrriteerd gezucht. Misschien moet ik hier ook een boodschapje terug in de tijd inlassen, iets in de trant van “Trek je er niets van aan dat die meester je een eigenwijsje noemt.” Die moeite kan ik me besparen: er zijn nog steeds mensen die mij eigenwijs vinden.
Soms hebben ze wel gelijk.
Sóms hè! ;p

Ach ja, foto’s van toen en boodschapjes terug in de tijd. Als ik naar die tienjarige ik kijk, heb ik weinig behoefte om mezelf (tjeezis, dit gaat wel behoorlijk schizofreen klinken) een boodschap mee te geven. Als zestigjarige weet ik immers: het komt wel goed met haar, met dat meisje uit 1967.

Ondanks “alles”.

Ondanks al die "vrijdagen de 13e".

Zij is, ik ben een zondagskind.





maandag 4 september 2017

Zomervakantie 2017




Straks over krap een uurtje is mijn vakantie officieel afgelopen.

Tja.

Ik zie er beslist niet tegenop om weer aan het werk te gaan, ik heb er ook wel zin in maar nog een week vakantie zou mij niet tegenstaan. Zou mij he-le-maal niet tegenstaan zelfs. “Dat is een goed teken,” zei een kennis. “Dan heb je waarschijnlijk veel leuke en vooral verschillende dingen gedaan de afgelopen drie weken.”
Dat was een juiste conclusie ;)

Samen met Peter heb ik bijna mijn hele eerste vrije week besteed aan een heuse metamorfose van mijn “werk”-kamer. We hebben de kamer bijna helemaal leeggehaald. We hebben kasten van de ene kant naar de andere kant gesjouwd, een muur geschilderd, gordijnen genaaid en een bed getimmerd. We hebben heel veel troep spullen uitgezocht, opgeruimd danwel weggegooid of weggegeven. We hebben bijna alle planken en lades in die kasten losgeschroefd en weer vastgeschroefd (ik kan voorlopig geen schroeven meer zien!).


Het resultaat is iets waar ik heel erg blij ben. Echt superblij.


Een collega was hier verbaasd over: “Maar je was toch zo doodop van dat verhuizen van je bieb? Ik dacht dat je zeker de eerste dagen languit op de bank of in je tuin zou gaan en dan ben je toch weer met veranderen en zo bezig geweest...”
Ja, drie keer ja. Ja, ik was heel erg moe. Ja, de neiging om helemaal gestrekt was groot. En ja, ik heb weer lopen sjouwen en ruimen. Maar wel op mijn eigen tempo, met mijn eigen spulletjes én ik had (samen met Peter) de planning en alle beslissingen zélf in de hand. Met name dat laatste maakte het verschil en zorgde ervoor dat het vooral een bezigheid werd die rust en ontspanning opleverde.
Als ik mijn vakantie met “even” niks doen was begonnen, was ik waarschijnlijk pas halverwege week twee weer opgestaan en dan hadden we geen mooie kamer, geen opgeruimde garage, uitgemest tuinhuis en opgeschoonde boekenkasten gehad.
Maar we hebben ook andere dingen gedaan, dingen die wat meer vakantie-achtig waren:


Er waren ook veel uurtjes van lezen en Netflix’en, van lekker onderuit in het zonnetje, van genieten en bijkomen. Van fietsen langs de IJssel en naar de markt. Van kopjes koffie en glazen rosé op terrasjes en in onze eigen tuin. We hebben op een kleed in het bos geluncht en op zachte loungebanken van de Carlton Beach Club op het Scheveningse strand. We zijn naar Ikea geweest en het prachtige museum De Fundatie in Zwolle. We hebben met treinen en trams gereisd en zijn vele malen door veerpontjes over het water gezet.



“Persoonlijk....” zei een klant die hoorde dat ik de afgelopen drie weken thuis was gebleven. “Persoonlijk ben ik er pas echt uit als ik weg ga in de zomer. Het liefst naar het buitenland. Als ik thuis blijf, doe ik toch de gewone dingen. Of juist niets. Vakantie thuis vind ik zo sáái!”

Nou, ik dus niet.




Echt helemaal niet.




dinsdag 29 augustus 2017

Als we nou eens....




Het was mooi buiten toen ik aan mijn zondagochtendrondje begon. Zo móói. Zo sprookjesachtig mooi. Er hing een dichte, witte mist waar de zon vaagjes doorheen scheen. Ik kon amper vijftien meter voor mij uit zien waardoor de wereld kleiner en ook stiller leek. Om daar extra van te kunnen genieten (en ook voor de veiligheid) liet ik het ene oortje dat ik tijdens het rennen altijd in heb wat losjes langs mijn hoofd bengelen.

Af en toe hoorde ik een vogel in de verte roepen,



heel in de verte wat verkeer

maar verder, op het geluid van mijn schoenen op het asfalt na,



stilte. 
Stilte en mist met een gouden gloed en hier en daar flarden zonnestralen.

Hoe heerlijk dat even-alleen-op-de-wereld-gevoel ook was, van zoveel moois wilde ik niet al te lang in mijn eentje genieten. Dus belde ik Peter: “Als we nou eens zo naar de hei gingen? Het is zo mooi buiten met mist en toch zon en alles, ik ben al onder aan het viaduct, dus met een paar minuutjes thuis en als we dan nu...?”

En Peter zei: “Ja, is goed.”

Of eigenlijk zei hij: “Dan neem ik eerst wel een cracker want anders val ik van de graat.” maar er was geen moment van “Waarom zo vroeg?” of andere twijfel en dat maakte mij bijna nog blijer dan mijn loop en het uitzicht van dat moment.

Onze “Als we nou eens...”-gesprekjes kruiden onze relatie. Ze lichten de waan van de dag op en laten ons beseffen dat we nog steeds open staan voor elkaars ideeën en wensen. En als de één een beer op de weg ziet, jaagt de ander het beest wel weg.

Hij (of ik) begint zo’n zin, ik (of hij) luister, vul aan of kom met een iets ander idee, er wordt gewikt en gewogen, er wordt gefantaseerd, gemeten en geschetst, niks wordt te gek gevonden, we besluiten hooguit om er nog even over na te denken en dan... vaak niet lang daarna... heeft de bank een totaal andere plek, is er een reis geboekt, staan we in een tuincentrum, gaan we vol goede moed een ergernis de nek om draaien of is er zelfs een verbouwing volop gaande.
(Of gaat het hele plan gewoon niet door, dat kan ook. In dat geval hebben we in ieder geval samen van een heel fijn “Als we nou eens...”-uurtje genoten.)

Maar het kan ook sneller. Die zondagochtend kwam ik hijgend thuis, schoot ik in droge kleren en zat ik binnen no time naast Peet in de auto onderweg naar de hei.
Waar de mist heel jammer alweer weg was.



Hoewel.... heel jammer? Beetje jammer.

Ook zonder mist is de hei prachtig!



Toch?


"Als we nou eens... op een andere ochtend... en dan nog iets vroeger...?
Nemen we wel wat crackers mee ;)"





vrijdag 28 juli 2017

Bekaf en Boink


Met een harde “BOINK!” sloeg de voordeur door een windvlaag dicht. Terwijl ik aan de verkeerde, want geen sleutel bij me, kant stond.
“Oh... shit...”
Peter, die voor de gezelligheid met mij meegelopen was toen ik nog even een paar planten in de voortuin water aan het geven was, keek verbaasd op maar begreep het meteen: “Oh... shit...” Hij had ook geen sleutel bij zich.

Jezelf buitensluiten, jezelf met z’n tweeën buitensluiten, is altijd ongemakkelijk. Gisteren was "ongemakkelijk" een zwaar understatement want:
a. de buren die een reservesleutel hebben waren met vakantie,
b. mijn zusje die een reservesleutel heeft woont niet meer om de hoek,
c. ik was net bekaf thuisgekomen van een vierde dag op rij hard werken in verband met de verhuizing van het filiaal waarin ik werk.


Eigenlijk had ik punt c. als eerste moeten noemen, dat was namelijk het zwaarst wegende punt. We hebben niet ver met ons filiaal moeten verhuizen. We zijn van net buiten het winkelcentrum naar er precies middenin gegaan maar ik heb het hier wel over een bibliotheek en dus over boeken. Heel veel boeken. Boeken die, na het in- en weer uitpakken, op de juiste plekken in de juiste kasten gezet moesten worden.
Voor het in- en uitpakken was een verhuisbedrijf ingeschakeld en, echt, ze hebben heel goed werk geleverd: petje af. Met aanwijzingen en, af en toe, bijtijds ingrijpen van onze kant zijn de boeken ook in de juiste kasten terecht gekomen. Met de juiste plekken daarentegen... daar waren (en zijn nog) wij druk mee.

Met die juiste plekken, de boeken en met nog heel veel meer zaken. Wij (mijn directe collega A., collega’s van facilitair en ICT, een zeer betrokken vrijwilliger, andere collega’s, de onvermoeibare schoonmaakster en niet te vergeten de directeur herself die zeer geregeld en echt niet alleen voor peptalks langs kwam) hebben geleerd dat het begrip "deadline" op meerdere manier uitgelegd kan worden, evenals de term "oplevering".
We zijn verrast door leveranciers die materialen kwamen leveren waarvan we niet wisten dat die besteld waren en door leveranciers die “Hmmm, ja sorry, we gaan het net niet op tijd redden.” zeiden. Hoewel verrast... we hebben vrij vlot geleerd om in zulke gevallen zuchtend onze schouders op te halen en een plan B of zelfs C te bedenken.
Rijden met steekkarren en hondjes: piece of cake.
Schuiven met stoelen, tafeltjes en kasten: tuurlijk!
Zesennegentig keer ons werk onderbreken omdat iemand "even" een vraag heeft: ach ja, vooruit maar. (Zeker omdat we dat geplande werk toch niet konden doen omdat er bijvoorbeeld nog een elektricien bezig bleek en er daarna ook nog wat geschilderd moest worden.)


Natuurlijk was het niet alleen maar kommer en kwel. Zeker niet. Daarbij: ooit een verhuizing meegemaakt die vlekkeloos verliep?
Onze nieuwe werkplek ziet er, ondanks de paar i’s die nog op puntjes wachten, nu al heel mooi uit. De aanmoedigingen en complimenten van klanten en andere voorbijgangers waren stevige riemen onder onze harten.
We hebben als een goed team gesjouwd, gelachen, gemopperd, oplossingen bedacht, geïmproviseerd, gezocht, gevonden, gepoetst en foto's gemaakt. We hebben zo goed mogelijk en zo hard mogelijk gewerkt. We hebben sámengewerkt.
Sommigen zijn nog steeds aan het werk. (Ik wens bij deze vooral mijn collega van ICT heel veel sterkte en vooral succes! Please allemaal, duim uit alle macht met ons mee dat zij ons bibliotheeksysteem op tijd werkend krijgt!)


Gisteren, aan het eind van dag vier waren collega A. en ik het zat. Toen we als laatsten onze nieuwe bibliotheek verlieten, hadden we alles (en nog een beetje boel meer) gedaan wat, in onze ogen, nodig was om volgende week open te kunnen. Het was hoog tijd voor een time-out. Na het weekend gaan we weer verder, alleen nu even niet meer.
Ik fietste naar huis, wilde alleen nog maar een koud drankje en met mijn voeten omhoog, was benieuwd wat voor lekkers Peter nu weer zou koken, zag echter dat de hortensia’s bij de voordeur een plens water konden gebruiken, pakte daarom eerst maar een gieter en.....

“BOINK!”

“Oh... shit...”

Of ik niet ontzettend moest huilen, vroeg een vriendin later. Nee. Misschien was ik er wel te moe voor. Ik was zeker te moe om mij door Peter over de schutting bij de achtertuin te laten tillen. Toch kon ik er wel om grinniken, zo samen met Peet, èn ik kon een paar plussen bedenken:
a. gelukkig was ik voor ik de bieb afsloot nog gauw even naar de wc geweest,
b. ik heb geen sleutel maar wel mijn telefoon bij me, ik kan dus mijn helaas-niet-meer-om-de-hoek-wonende zusje bellen die nog steeds een reservesleutel heeft,
c. het zonnetje schijnt en op de tegels in de voortuin is het ook prima zitten. Zeker als je heeeeel moe bent. Heel erg bekaf maar in de wetenschap dat je zusje er elk moment aan kan komen. Met de sleutel.




zondag 23 juli 2017

Mop


Ik ken iemand die zó slecht is in het vertellen van moppen,


Nou, dan komt er dus zo’n man in het café, hè. Met zijn vrouw. Of nee, zijn vriendin!

Hij komt dus met z’n vrouw, vriendin in die bar... Café! En dat meisje is dus veel jonger dan hij en ze is zwanger en dan vraagt hij...

Wacht... Nee! Het was bij de huisarts! Hèhèhèhè....


en met "zó slecht" bedoel ik: zó ab-so-luut waardeloos,


Komt dus die man met zijn zwangere vrouw bij de huisarts. Vriendin! Zwangere vriendin van achttien.

En dan vraagt die man. Aan die huisarts... Eh.... Nou ja, hij stelt dus een vraag...

Maar toen zei de huisarts... De huisarts zei toen, tegen die man dus, ook iets.... eh...
iets héél érg grappigs!


dat ik al vóór het eind van zijn verhaal helemaal dubbel lig van het lachen!



Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...