woensdag 31 december 2025

Oudejaarsavond


Allerliefste Peetje,

Nog een paar uur en dan is 2025 over. Dan is dit jaar voorbij.
Een heel jaar waarvan jij geen deel uitmaakte.
Een heel jaar waarvan jij niks hebt meegekregen.
Toen het jaaroverzicht van het NOS journaal op tv was en ik al die gebeurtenissen van 2025 langs zag komen was dat de zoveelste confrontatie met het feit dat jij dit alles niet hebt mee kunnen maken. 
Heel 2025 heb jij gemist, is voorbij gegaan, is voorbij gevlogen, zonder jou. 

Een heel jaar waarin ik zoveel zonder jou heb moeten doen, moeten beslissen, moeten kiezen. Als ik door mijn agenda blader, zie ik afspraken staan waarvan ik nooit had gedacht dat ik die zou moeten maken, zeker niet alleen, zonder jou. Het is nog steeds zo onwerkelijk, alsof het de agenda van heel iemand anders is, niet de mijne.
Net zoals dit jaar ook zo onwerkelijk blijft lijken, door die vreemde agenda en ook door het gevoel dat ik er stil naast stond en niet er middenin zo druk bezig was.

Vanmiddag ben ik even een ommetje wezen maken en ik stelde me voor hoe dat was gegaan als alles normaal was, als jij er gewoon nog was.

Ik: "Ga je mee? Nog even een frisse neus halen?"
Jij: "Nah, het is niet fris, het is koud! En er wordt al best veel geknald."
Ik: "We hebben dikke jassen. Maar het is oké, ik ga wel even alleen."
Jij staat toch op en doet je jas aan.
Ik: "Het hoeft niet als je geen zin hebt. Ik vind het niet erg om alleen te gaan."
Jij: "Ik laat jou echt niet alleen met al dat vuurwerk. Ik wil zuinig op jou zijn."
En dan zouden we samen zijn gaan wandelen. Hand in hand. Voor een rondje door de wijk of misschien zouden we voor dat rondje naar het Arboretum gereden zijn. Dat zou jij dan bedacht hebben.  En misschien, eigenlijk heel waarschijnlijk had jij voorgesteld om ergens nog even een glaasje te drinken. 
Ik: "Dat kunnen we toch ook thuis doen?"
Jij: "Ja, maar dit is dan extra. Ik wil extra samen genieten."

Ik heb niet veel fantasie nodig om me dit voor te stellen. We hadden zo vaak dergelijke gesprekjes. Ik wilde er graag even uit, jij wilde liever thuisblijven. Jij ging dan toch mee maar wilde er dan iets extra's van maken. Even samen extra genieten. Het is een mooie, dierbare en tegelijk hartverscheurende herinnering.
Ik mis dat genieten van jou zo erg.
Ik mis jou zo erg.

Over een paar uur is het 2026.
Over een paar uur begint er weer een jaar waarin jij er niet bent.
Over een paar uur sluit ik voor de tweede keer een jaar af zonder jou.
Over een paar uur begint er weer een nieuw jaar.
Weer een jaar zonder jou.
Weer een jaar dat zo vreselijk incompleet zal voelen.



vrijdag 26 december 2025

Kruipen

De tijd vliegt maar de dagen kruipen.
Het klinkt als een goedkoop cliché maar zo voelt het voor mij. Ik weet niet wat ik met de dagen moet.
"En dan krijg je ook de feestdagen nog", "Deze donkere tijd moet extra zwaar voor je zijn...". Het is me de laatste tijd zo vaak gezegd en elke keer was mijn reactie dat elke dag zwaar is dus... en dan probeerde ik mijn schouders op te halen en mijn tranen weg te slikken. 
Maar gespannen schouders laten zich niet ophalen en over mijn tranen heb ik allang geen controle meer, en dat "dus..." sloeg nergens op. Deze maand is heel, heel moeilijk. Extra zwaar, ja.
Al dagen voor Peets eerste sterfdag op de 13e, weken voor ons afscheid op de 24e begon het extra donker om mij te worden. Letterlijk en vooral figuurlijk.

Ik probeerde, en probeer nog steeds, om lichtpuntjes te zien en zelf te maken. Ik begin elke dag met app'jes met onze oudste, ga in op voorstellen om koffie te drinken, verheug me op een dagje met een vriendin of zus, maak bijna elke dag een wandelingetje, heb de radio aan en leen boeken uit de bibliotheek (ook al lukt het lezen niet erg). Ik doe mijn best, probeer van alles maar niet teveel omdat ik, zo wordt mij van verschillende kanten op het hart gedrukt, lief voor mijzelf moet zijn, niet te streng. Het kost vreselijk veel energie maar ik probeer het elke keer weer.

Ik had het niet verwacht, want hoe kan het erger, maar deze maand is heel, heel zwaar. Ik vind het nu zelfs zo moeilijk om naar Peets foto te kijken. Als ik daarop zijn zo vertrouwde, lieve blik zie snijdt het bijna letterlijk door mijn lijf. Dan krijg ik geen lucht meer en moet ik wel wegkijken. Wegkijken van zijn foto... wat dan ook weer zo'n pijn doet en me schuldig doet voelen.

Vorige week kwam ik een oud-studiegenoot van Peet tegen. We hadden elkaar jaren niet gezien maar zij herkende mij meteen, zij had ook eerder over zijn overlijden gehoord.
"Sylvie. Van Peter," zei ze en meteen erachteraan "Die er niet meer is..."
Het was pijnlijk, confronterend en mooi tegelijk.
Sylvie van Peter.
Peter die er niet meer is.
Het was, is, precies zoals ik me voel: Sylvie van Peter, die er niet meer is.
Precies zoals ik me deze maand met zijn sterfdag en ons afscheid extra voel.
Van Peter, Peter die er niet meer is.
Die er niet meer is. Die er deze maand al een jaar niet meer is.
En dat maakt deze maand zo heel, heel moeilijk.

De dagen kruipen en ik kruip. 
Ik kruip met verdriet in elke vezel van mijn lijf en mijn ziel.
Ik kruip tegen wil en dank.
Het valt me zwaar.
Bijna niet te dragen zo zwaar.



(Afbeelding: The weight of grief, van Celeste Roberge)


zaterdag 13 december 2025

Een jaar


"Wil jij het ook weten?" 
De oncoloog keek Peter afwachtend aan. Ik had hem net een van de moeilijkste vragen uit mijn hele leven gesteld. Toen Peet knikte vertelde hij dat in het slechtste geval, als Peet besloot om zich niet te laten behandelen of als de behandeling niet zou aanslaan, dat in dat slechtste geval Peter iets van een half jaar zou hebben. Daar stond tegenover dat hij patiënten had die ruim zes jaar sinds hun diagnose nog steeds leven, weliswaar met constante medicatie, maar toch...
Een half jaar, zes jaar, wat voor termijn hij ook had genoemd, zelfs als hij twintig jaar had gezegd - het krijgen van een dergelijke prognose is vreselijk onwerkelijk.

"In ieder geval niet dit jaar al..."
Peter zei het al eerste, ik had daar langer voor nodig. "In ieder geval niet dit jaar al...". We zeiden het niet uit voorzichtigheid of pessimisme maar omdat het ergens langer klonk dan "over een half jaar".
Wisten wij veel! De oncoloog, die man met zoveel ervaring, kennis, patiënten die na zes jaar nog leefden, zag het ook niet eens aankomen.
Peet ging wel het behandeltraject in maar zijn kanker was zo agressief dat die behandeling niet eens de kans kreeg om aan te slaan. Niet zes jaar, niet zes maanden maar zes weken bleek hij nog maar te hebben.

Omdat het zo snel ging en ook, vooral, omdat het zo akelig ging, hebben Peet en ik niet echt gepraat over zijn einde, ons einde samen. De dingen die we bespraken waren van praktische aard maar meer op de manier zoals je nog gauw samen wat dingen doorneemt als de een voor een poos weggaat. Niet voor altijd.
Het was niet omdat we het niet konden - we konden altijd goed over onze gevoelens praten, vonden het juist belangrijk om te benoemen hoe we tegenover elkaar stonden, wat we voor elkaar voelden, hoe blij we met elkaar waren, hoe gelukkig. 
Nee, dat was de reden niet, we waren zo hard aan het proberen om die onwerkelijke diagnose en prognose tot ons door te laten dringen en tegelijk om van dat "iets van een half jaar" "ruim zes jaar" te maken.

Het voelt voor mij nog steeds als een gemis dat we tijdens zijn laatste week, toen steeds duidelijker werd dat het nog maar een kwestie van een paar dagen zou zijn, niet over ons afscheid hebben kunnen praten. Het voelt ergens nog steeds als onaf. Aan de andere kant, wat hadden we dan gezegd? 
We wisten van elkaar hoeveel we van elkaar hielden en altijd zouden houden.
We wisten van elkaar dat we, als we ons leven ooit nog eens over zouden moeten doen, we weer voor elkaar zouden kiezen. Zonder twijfel.
We wisten van elkaar dat we elkaars liefste maatje waren.
We wisten het omdat we dat elke dag weer voelden, merkten, elkaar lieten merken en ook vaak hardop zeiden.
We wisten het omdat ik tot zijn laatste ademhaling en daarna bleef zeggen hoeveel ik van hem hield, omdat hij ondanks zijn pijn en later versuftheid door de morfine zijn gezicht naar mij bleef draaien.
We wisten het.

Hadden we dan kunnen praten over hoe het zou zijn als we niet meer samen zouden zijn? Hoe ik zonder hem verder zou moeten? Hoe het voor hem zou zijn om mij te moeten achterlaten, om dóód te zijn? Dood. Dood, als in weg, voor altijd, nooit meer terug...
Hadden we hier samen over kunnen praten? Hóe hadden we hier samen over kunnen praten?
Hóe hadden we over dit onvoorstelbare kunnen praten?

Misschien moet ik me dit niet meer afvragen.
Misschien moet ik de vele, vele keren waarop we elkaar vooral die laatste weken heel stevig vasthielden en elkaar met tranen en liefde in onze ogen aankeken zien als onze laatste gesprekken zonder woorden.
En misschien voelt het als onaf omdat onze liefde nooit "af" zal zijn.

Zes jaar, een half jaar, zes weken... het zijn bijna abstracte begrippen geworden.
Zelfs als ik bedenk dat ik binnen zes maanden na Peets overlijden dit appartement heb gekocht en alweer drie maanden hier woon. 
Dat ik nu al? pas? een jaar zonder mijn liefste maatje ben.
Een jaar, een héél jaar is hij al zo vreselijk weg.
Ik voel de pijn van mijn gemis maar ik kan het me nog steeds zo moeilijk voorstellen.







zaterdag 6 december 2025

Toch versierd


Ik heb het hier wat kerstig versierd. Ja toch. Ik had niet verwacht dat ik dat zou willen, niet gedacht dat ik het zou kunnen maar nu staat er toch dat kleine boompje dat Peet en ik een paar jaar geleden samen gekocht hebben naast de bank. Heb ik mijn oude kerststalletje en hier en daar nog wat andere kerstversierselen neergezet en opgehangen. Het is maar een schijntje van wat wij in de loop der jaren aan kerstspullen verzameld hebben en de huisjes, boompjes en andere figuurtjes van het kerstdorp dat Peter zo zorgvuldig en met eindeloos geduld kon opbouwen heb ik in de dozen gelaten, dat kon ik echt niet aan, maar toch...
En het is pas de eerste week van december.

Tot voor een paar dagen geleden heb ik alle gedachten aan kerst willen blokken. Het was te pijnlijk. Kerst was iets wat bij Peet hoort. Als het aan hem lag werd ons huis al in november versierd. Voor mij was dat te vroeg; half december was mijn tegenvoorstel maar elke keer ging ik dan toch eerder voor de bijl, dan zag ik zijn gezicht weer oplichten als ik na ettelijke stille en minder stille hints van zijn kant de dozen van zolder haalde en aan de slag ging. Hij zette er dan toepasselijke muziek bij op en genoot van mijn geredder.
Zijn elk jaar weer "Dankjewel lieve Sylfje, je hebt het weer mooi versierd!" was dan de beloning waar ik het met liefde voor deed. Ook al was het vaak nog niet eens half december.

Vorig jaar was kerst het laatste waar wij aan dachten. Peter kwam begin december thuis na een week in het ziekenhuis en als hij inderdaad zoals verwacht wat had kunnen opknappen, had ik misschien, o, vast wel, wat rond zijn bed in de woonkamer versierd en dan hadden we samen van de lichtjes kunnen genieten. Samen kunnen hopen dat het niet onze laatste kerst samen zou worden, dat hij op z'n minst het nieuwe jaar zou halen.
Maar het liep heel snel anders. Heel snel, heel anders en veel te snel.
Gelukkig stond er toen toch, dankzij mijn neef, een klein boompje met lichtjes naast zijn bed. O, de keren dat ik met tranen in mijn ogen om dat lieve en attente gebaar naar dat boompje heb gekeken, er naar gewezen heb in de hoop dat Peet het nog kon zien...

Vorig weekend kwam mijn neef weer bij mij langs. Niet met een kerstboompje maar met mooie takken met rode besjes. Het was precies wat ik op dat moment aankon, meer was, zoals hij zelf al dacht, te veel geweest. Maar het was ook een zachte aanmoediging om gedachten aan kerst niet langer te blokken. Kerst, het feest waar Peter zo van kon genieten.

Het viel me niet mee. Bij elke kerstdecoratie die ik door mijn handen liet gaan liepen mijn ogen vol en kneep mijn keel dicht. Ergens klopte het niet, voelde het alsof ik een raar toneelstukje opvoerde maar gaandeweg ging het beter. Mijn (dat vreselijke "mijn" in plaats van "ons", ik kan er maar niet aan wennen!) woonkamer past nu wat meer bij al die kerstliedjes op de radio. 
Mijn gemis, mijn pijn en verdriet zijn er niet minder om maar ik glimlach nu door mijn tranen heen wanneer ik zachtjes in mijn hart zijn stem "Dankjewel lieve Sylfje, je hebt het weer mooi versierd" voel fluisteren.





zondag 30 november 2025

Zo moeilijk



Van wij naar ik.
Van samen naar alleen.

"Ik kan niet zonder hem!"
"Ik kan niet zonder Peter!"
Ik heb het zo vaak gezegd. In al die jaren tussen het overlijden van onze Max en die verschrikkelijke diagnose, en bijna ontelbare keren daarna. Wat ik eigenlijk vooral dacht, zei, schreeuwde was dat ik niet zonder hem wil. Ik wil niet zonder hem.
Ik wíl niet zonder Peter!
Maar ik moet wel. En nooit eerder was moeten zo, zo moeilijk.

Over 2 weken is het zijn sterfdag. Tot die dag was er, hoe versuft Peet die laatste dagen ook was door de morfine, nog een wij
Hij in het bed in de woonkamer, ik in een stoel ernaast. Zijn gezicht naar mij toegedraaid, zijn hand in de mijne. Onze voorhoofden tegen elkaar.
Op een bepaald moment werd hij heel onrustig, begon bijna te hyperventileren. Ik streelde zijn gezicht, fluisterde hoeveel ik van hem hield, trommelde met mijn vingers zachtjes over zijn voorhoofd. Zijn ademhaling werd rustiger en zijn gezicht ontspande.
"Wat ben je lief," zei hij. "Zo lief..."

De tranen rollen weer over mijn wangen als ik aan dat moment denk. 

Ik ben zo dankbaar dat ik tot op het laatst, ons laatst, lief voor hem heb kunnen zijn. En toch is daar ook een andere kant aan. Dat ik nu al bijna een jaar zonder mijn Peter ben, dat ik niet alleen door kon blijven leven maar ook zoveel heb kunnen doen, dingen waarvan ik dacht dat ik ze nooit zonder hem zou kunnen, dat ik.... 
... toch...
... zonder hem....
.... kan?

Dat voelt zo niet-lief.
Het voelt bijna als ontrouw.

Mijn hoofd weet het: dit klopt niet. Dit heeft niks met niet-lief en ontrouw te maken. Maar mijn hart zegt wat anders.
Peter had deze gedachte, dit gevoel nooit van mij geaccepteerd. Hij had mij dan vastgepakt, mijn gezicht gestreeld, gefluisterd hoeveel hij van mij hield, gezegd dat er altijd een wij, een samen zal zijn en ik nu lief voor mijzelf moet zijn. Hij had gezegd dat ik van die rare, rauwe gedachtenkronkel af moet.

Maar ook dit moeten is zo, zo moeilijk.






woensdag 12 november 2025

Peter had...

 


De blaadjes van de bomen voor mijn (ja, "mijn") appartement kleuren langzaam maar zeker geel. De takken worden ook steeds meer zichtbaar. Het is mooi om dit zo vanuit de woonkamer te kunnen volgen. Als ik de weg en het geluid van het verkeer negeer en naar boven kijk, lijkt het alsof ik in een bos woon.

Peter had het prachtig gevonden: dit uitzicht vanaf het terras.
Peter had elke ochtend zijn koffie hierbuiten gedronken, 's middags een kop thee of glaasje wijn. Hij had met zijn ogen dicht van de zon op zijn gezicht genoten.
Peter had nog niet willen verhuizen maar hij het appartement prachtig gevonden. De ruimte, het licht, hoe onze meubels hier staan. Hij had, o vast en zeker, de muziekinstallatie anders ingericht, de lampen van afstandsbedieningen voorzien, meer van dat soort snufjes aangebracht.
Peter had misschien onze oude eettafel niet vervangen maar deze die er nu staat ook groot genoeg gevonden voor de spelletjes die wij erop speelden, voor de uitgebreide weekendontbijtjes die hij altijd klaarmaakte.
Peter had allang de nieuwe oven ingewijd met een eigengebakken brood. Hij had allang toegekeken hoe ik "bij wijze van verrassing" flensjes voor hem bakte. "Het water loopt me nu al door de mond," had hij dan gezegd.
Peter had uitjes bedacht, nieuwe wandelingen om te maken, een kluslijstje opgesteld, samen met mij films en series gekeken, hij op de bank, ik op het poefje tegen zijn benen aan terwijl hij mijn haren kriebelde.

Peter had...
Peter had...

Peter had nooit dood moeten gaan!

Zo dat is eruit. Ik wil dit niet denken, niet hardop of zelfs zachtjes voor mij uit zeggen, ik wil dit zeker niet hier zwart op wit zien staan maar het schreeuwt in mij.

Peter had nooit ziek moeten worden!
Peter had mij nooit achter moeten laten!

Het is de meest absurde gedachte die steeds vaker andere gedachtes wegduwt. Het is een schreeuw die ik in mijn borst en maag voel. En ik wil dat niet denken, niet voelen. Peter hád mij nooit achter willen laten. Als er iets is wat ik voor meer dan 1000% zeker weet is dat hij altijd bij mij had willen blijven.

Peter hield een aantekenboekje bij waarin hij voornamelijk een onderhouds- en kluslijst bijhield. Tussen al die notities schreef hij af en toe iets over een uitje, een plannetje waarmee hij mij wilde verrassen. In 2022, toen wij allebei met prepensioen waren, schreef hij op onze vierenveertigste trouwdag:

".... ik vind haar nog steeds mooi en aangenaam gezelschap. Zij vindt mij nog altijd lief en grappig. Ik laat haar nog steeds lachen, zegt ze, en kruipt tegen mij aan als we op een bankje in de schaduw zitten te kijken naar de ganzen en de eendjes... kortom we houden van elkaar. En nu in een fase waarin we volle aandacht kunnen hebben en ontspannen leven... Ik mag niet toosten op de volgende 44 jaar van Syl, maar ik hoop dat we nog lang en gezond-en-vitaal zo met elkaar kunnen leven..."

Dat had Peet dus gewild; ik hoefde het niet te lezen om het te weten. Ik herinner me nog goed hoe we die dag getoost hebben, stiekem toch op nog 44 jaar. En daarom word ik bijna ziek als ik voor zijn foto sta en toch "Jij had mij nooit achter moeten laten" denk, voel, fluister. Want Peter had dit nooit, nooit gewild.
Ik weet het, ik weet het. Ik weet het.

Peter had bij mij willen blijven.
En ik bij hem.




dinsdag 4 november 2025

Op een rots

 


In het berenbos van het dierenpark staat hoog op een rots een beer bij de waterval. Hij beweegt heen en weer, springt erbij. De kinderen op de loopbrug vinden het prachtig.
"Kijk hoe hoog hij is geklommen!"
"Die beer danst! Wat leuk!"
Hun mama kijkt en lacht met haar kinderen mee. Opa maakt foto's. Dan leest oma het bordje aan het hek en de lach verdwijnt van haar gezicht. Ze stoot haar man aan en wijst op de tekst. De bewegingen van de beer komen voort uit een groot trauma, ontstaan tijdens gevangenschap. "Niet grappig of leuk!" staat er in grote letters en met een uitroepteken. Even kijken ze naar hun kleinkinderen, dan laat opa zijn camera zakken.
"Ja, knap hè, zo hoog als hij nu staat... Kom, we gaan weer verder."

Soms voel ik me als die beer. Mijn rots is het appartement waarin ik nu woon. Ik dans niet, ik spring niet - ik woon er in mijn eentje. Ik word niet grappig of leuk gevonden maar wel sterk en dapper. Sterk en dapper...
Bijna twee maanden woon ik hier nu en het voelt nog steeds niet als thuis. De inrichting van de woonkamer lijkt veel op die van ons huis ("het oude huis") wat logisch is omdat ik, op wat kasten en de eettafel na, niks anders gekocht heb. En toch...
Ik doe mijn best, doe kaarsjes aan, heb kussentjes op de bank gelegd en probeer "ik ben weer thuis" te zeggen in plaats van "ik ben weer terug", "mijn huis" in plaats van "het appartement", maar het schuurt, het voelt niet echt. 

Een groot deel van mij kan er nog steeds niet bij dat Peter echt weg is en nooit meer terugkomt. Dat deel is nog steeds aan het wachten.
Een ander deel beseft dat maar al te goed en heeft daar heel veel verdriet van. Dat deel huilt de tranen uit haar hoofd en voelt zich zo vreselijk alleen.
De momenten waarop beide delen elkaar tegenkomen, met elkaar botsen, zijn bijna niet te handelen.
Rouwen, mijn rouwen, is niet alleen maar verdrietig zijn en missen.
Het is ook me verdoofd en radeloos voelen.
Het is blij zijn met bezoek en alleen willen zijn.
De hele dag in bed te willen blijven en me benauwd te voelen als ik niet naar buiten ga.
En al die gevoelens vaak tegelijk.
Als ik lijstjes probeer te maken van dingen die ik kan doen om de dag door te komen, om wat structuur te krijgen, ben ik niet sterk en dapper. Dan ben ik wanhopig op zoek naar wat grip op wat nu mijn realiteit is.
Met het verlies van Peet ben ik het beeld van onze toekomst kwijt, ben ik mijzelf kwijt. Ik heb veel lieve mensen om me heen, ik ben niet eenzaam maar ik ben heel erg zonder mijn Peetje. En ik voel me alles behalve sterk en dapper.

Of ik net als die dansende beer een trauma heb? Dat zal over een week of negen blijken. Mijn therapeut vond het raadzaam om dat te onderzoeken omdat trauma rouwen kan blokkeren. Ik heb hierin toegestemd, weet niet wat ik ervan kan verwachten, weet niet of en hoe het kan helpen.
Ik zal nooit niet-rouwen maar ik hoop zo dat er een tijd komt waarop de zo moeilijke herinneringen aan die krap twee maanden tussen diagnose en overlijden niet meer mijn herinneringen aan ons liefdevolle leven samen overheersen. Dat deze pijn wat zachter wordt en mijn hoge rots niet meer als een wachtkamer voelt.



zondag 12 oktober 2025

Eerste verjaardag

 


Allerliefste Peetje,

Morgen zal het mijn eerste verjaardag zijn dat jij geen "Lang zal je leven" voor mij zal zingen, 's morgensvroeg met een kop thee in je hand en die o zo vertrouwde, zo liefdevolle blik in je ogen. Die blik die zei wat jij ook altijd hardop zei, dat je mij de mooiste en liefste van de wereld vond.
Morgen is het mijn eerste verjaardag zonder jou. Zonder jou.

Vorig jaar op mijn verjaardag hadden we nog geen idee dat krap een week later onze wereld ineen zou storten. Je voelde je niet helemaal lekker en je was wat moe, en dus maakte we er een rustige dag van. Een rustige, blije dag.
We vierden het met een filmmiddag en 's avonds aten we sushi, gewoon lekker saampjes thuis. Dat eerste had ik bedacht, het tweede was een verrassing van jou. 

Er zijn zoveel intens verdrietige dingen en momenten sinds jouw diagnose en helemaal sinds jouw overlijden. Mijn verjaardag morgen zal er een van zijn.
Omdat er nooit meer door jou "Lang zal je leven" gezongen zal worden. Omdat ik nooit meer, niet op mijn verjaardag en niet op welke ochtend dan ook, thee op bed van jou zal krijgen, jij mij nooit meer zal verrassen. En, het meeste van al, dat ik nooit meer die o zo vertrouwde, zo liefdevolle blik in je ogen kan zien. Niet morgen op mijn verjaardag en niet op elke andere dag. 

Ik mis je zo, zo vreselijk.



dinsdag 30 september 2025

Niet op dat moment



Allerliefste Peetje,

Gisterochtend ben ik totaal ingestort bij mijn therapeut. Terwijl ik in de wachtkamer zat te wachten begonnen de tranen al te stromen en toen zij mij ophaalde ben ik huilend haar kamer ingelopen, ingerend bijna.
Ik heb twee grote zakdoeken en nog wat tissues volgehuild en gesnoten, ik heb met mijn armen om mij heen zitten wiegen, wanhopig mijn hoofd geschud en zelfs gekreund. "Ik weet het niet" was alles wat ik uit kon brengen.
"Ik weet het niet." Ik wist zelfs niet wat het is. Ik wilde weg, ik wilde oplossen. Oplossen in het niets. Dat zei ik door mijn gesnik en gesnotter heen ook: "Ik wil oplossen."
Ik wilde weg van de wanhoop, de radeloosheid. Weg van de pijn die jij alleen kan wegnemen. Jij, die...

Het was te verwachten, deze ontlading. Morgen is de overdracht van ons oude huis.
Na maanden van bijna constant op twee woonplekken bezig te zijn geweest, van heen en weer rijden, van geen van beide plekken "thuis" kunnen noemen (het ene steeds minder, het andere nog steeds niet) is er nu een soort rust die absoluut niet als rust voelt. Eerder als een leegte.

O, er valt nog genoeg te doen, hier in dit appartement, maar ik ben zo moe. Lichamelijk maar vooral in mijn hoofd en hart. De grootste klus die mij hier wacht is niet zozeer het uitpakken van de laatste dozen en het verder inrichten maar om het een plek te laten worden die als een thuis voelt. Dat zal de grootste, zwaarste klus zijn want hoe kan iets een thuis zijn als jij er niet woont, het zelfs nog nooit gezien hebt? En toch zal dat moeten. Dat moet ik mezelf gunnen. Dat zou jij gewild hebben.
(Wat háát ik dat zinnetje "dat zou jij gewild hebben"! Wat háát ik de verleden tijd in die zin!)

Toen vorige week het oude huis, ons huis, eindelijk leeg was heb ik het schoongemaakt. Van zolder tot tuinhuis heb ik het schoongemaakt met mijn kaken strak op elkaar geklemd. Zo strak dat mijn wangen er 's avonds nog pijn van deden.
Ik wilde niet bij elke ruimte denken aan de tijd waarin wij er als gezin woonden.
Ik wilde de stemmen van onze jongens daar niet horen, de voetstappen op de trap, het geluid van bestek tijdens het tafel dekken, het gelach, het schuiven van de sokkenla van Max in de ochtend, de muziek die zachtjes uit Pauls kamer kwam, het ping-geluid als jouw brood klaar was.
Ik wilde de beelden niet van onze jongens die op zaterdagochtend bij ons in bed kropen, het uitzwaaien als zij naar school gingen, van jou aan de bar terwijl ik aan het koken was, van wij samen in het middagzonnetje op het dakterras. "This is the good life," zei jij dan. Good life.... o, Peetje...
Het zijn mooie, dierbare herinneringen maar ik wilde ze niet, niet op dat moment, ik moest schoonmaken, ik moest afronden. Ik wilde niet in elkaar storten.
Niet daar.
Niet weer.
Niet op dat moment.

Morgen is de overdracht van ons oude huis.
Morgen zal ik een inspectierondje met de nieuwe bewoners en onze makelaars door het huis lopen. Dan zal ik mijn kaken weer op elkaar klemmen en al die herinneringen die toch in elke kamer zullen opborrelen proberen te negeren. Weer te negeren. 
Morgen zal ik mijn handtekening onder het verkoopcontract zetten en daarna de sleutels, onze sleutels, afgeven. Morgen zal officieel ons huis niet meer ons, niet meer mijn, thuis zijn. 
Morgen wil ik mijn emoties onder controle houden, wil ik niet huilen.
Niet daar.
Niet weer.
Niet op dat moment.

En als dat toch gebeurt (en, o, ik weet het: het mág) dan hoop ik dat het niet gaat zoals gisteren, zoals de vele keren daarvoor en de vele keren die zonder twijfel nog zullen komen. Niet zo wanhopig, zo radeloos.
Het oude huis, óns oude huis dat zoveel jaren ons thuis is geweest zal hopelijk een frisse start voor dat jonge stel zijn, daar wil ik niet met mijn verdriet en pijn overheen gaan.

Niet op dat moment.






zaterdag 6 september 2025

Laatste nacht

 


Allerliefste Peetje,

Dat was 'm dus, mijn laatste nacht hier in dit, in ons, huis. Tot 1 oktober staat het nog op mijn (mijn ja...) naam en dan is het officieel niet meer van mij, van ons.
Over een paar uur zullen ze voor de deur staan: al die lieve mensen die mij de afgelopen maanden zo gesteund hebben en dan begint het verhuizen. Er staat al het een en ander in het appartement, de afgelopen dagen en vooral gisteren hebben we daar al veel naar toe gebracht. Ik heb al wat keukenkastjes ingericht en sinds gisteren staat zelfs mijn bed, het bed dat jij zelf getimmerd hebt, in mijn slaapkamer.

(O, dat "mijn" in plaats van "ons!)

Deze laatste nacht heb ik op een matras op de grond geslapen. Geslapen, ja, ik had verwacht de hele nacht wakker te liggen maar ik schijn toch zo'n vijf uurtjes geslapen te hebben. Was ook wel nodig na weken van lange dagen inpakken, behangen, schoonmaken, schilderen, regelen en het omgaan met zoveel herinneringen die maar bleven opkomen.
Toen ik van de week naar mijn therapeut ging, zat ik te knikkebollen in haar wachtkamer terwijl ik thuis zonder de stemmen van een podcast niet in slaap kan komen. Ik ben erg moe maar heb moeite om rust te nemen.

Mijn laatste nacht hier was weer een korte. Zelfs tijdens die vijf uurtjes slaap stuiterde er van alles in mijn dromen. Ik heb over ons gedroomd, over onze verhuizing naar dit huis, bijna eenendertig jaar geleden. Ik zag flarden van ons viertjes, in de tuin, tijdens het eten, vlak voor een vakantie. Ik zag heel vaag zoals dat in dromen gaat onze jongens 's morgens vroeg onze slaapkamer inkomen, ik zag ons samen...
En tussendoor zag ik al die dozen en uit elkaar gehaalde kasten die nu hier rond mij staan. Straks worden ze uit dit, ons, huis gesjouwd, in auto's en op een kar geladen en in mijn (mijn...) appartement gezet.
Ach, misschien was het amper slapen te noemen, deze laatste nacht. Ik werd weer wakker met de tranen op mijn wangen. Ik ben maar opgestaan en heb wat rondgelopen, hier en daar wat opgepakt, een kop thee gezet. 

Straks begint dus het "echte" verhuizen. En dan is het over, dan is er weer iets definitief voorbij. Ik kan nog niet echt voorbij vandaag kijken. Ik kan me nog steeds niet voorstellen dat ik vanaf vandaag hier niet meer zal wonen. Het appartement, mijn appartement, is klaar en zal straks vol staan met onze, met mijn, spullen maar het voelt nog steeds niet als mijn (o, mijn...) nieuwe woonplek.

Ik ga me maar eens aankleden. En dan wat verder met spullen verzamelen en inpakken. Stap voor stap zei jij altijd, stap voor stap en op tijd je rust pakken. Ik ga het proberen. De komende uren zal ik proberen niet verder dan het verhuizen te kijken. Ik zie wel wat er daarna komt, hoe mijn eerste nacht "daar" zal zijn.
Ik ga het proberen, Peetje. Ik ga mijn best doen.
Kijk je mee vanaf waar je ook bent? Sus je me vanavond in slaap?




maandag 25 augustus 2025

Onze eigen smaak


"Hoeveel personen gaan er op het nieuwe adres wonen?"

Een heel normale vraag als je gaat verhuizen en je inboedelverzekering aangepast moet worden. Heel normaal maar nu, in mijn geval, voelde het als een stomp in mijn maag. Ik kon niet meteen antwoorden. 

"Mevrouw? Hoeveel personen?"
"Eh... één..." 
"O, nou dan kunt u alles fijn naar uw eigen smaak inrichten!"
Dat was de tweede stomp.
"...."

De stilte aan mijn kant werd door de medewerkster van de verzekeringsmaatschappij niet opgemerkt. Ze praatte opgewekt door terwijl bij mij de tranen over mijn wangen gleden.
Alles inrichten.
Alles fijn inrichten.
Naar mijn eigen smaak.

Mijn smaak was ónze smaak. Er hadden misschien wat minder accessoires in een kast mogen staan in Peets ogen en ik vond zijn geluidsboxen wat aan de grote kant maar dat was het dan wel. Over vormen, kleuren, stijlen, inrichting waren we het altijd snel eens. We vonden het ook leuk om zo met ons huis bezig te zijn. 

Binnenkort, over minder dan twee weken al, verhuis ik naar mijn nieuwe appartement.
Mijn, ja.
Van óns huis naar míjn appartement.
Het klinkt heel vreemd en het voelt heel vreemd. Vreemd, onwerkelijk maar tegelijk, bij het zien van het naambordje bij de brievenbus, dat naambordje met alleen míjn naam, erg confronterend.

Ik heb al een keuken, een badkamer- en toiletinrichting uitgezocht. Ook dat was vreemd en onwerkelijk. En vreselijk moeilijk.
Ik moest me er zó toe zetten om niet "doe maar iets, zolang ik maar kan koken, kan douchen..." te zeggen maar ik wist dat ik daar op een gegeven moment spijt van zou krijgen. En dat Peet er dan hoofdschuddend bij zou staan.
Het was zo lastig om bij elke keus en optie niet onwillekeurig toch opzij te kijken, naar iemand die er altijd had gestaan, maar om alles zelf te moeten beslissen.

Moeten, ja. Het voelde niet als mogen. Verre van dat.
Net als dat het verdere inrichten van het, mijn, appartement niet als "fijn naar mijn eigen smaak" voelt.
Ik neem onze bank, de salontafel en het tv-meubel mee. Wel de eetstoelen maar niet de tafel, die is te groot. Net als ons bed, dat is ook te groot. En te leeg. Boekenkasten alleen van boven, die van beneden hebben we nog niet eens zo lang geleden ingebouwd. 
Ik heb plattegrondjes met een vriendin getekend en gemeten of en hoe alles straks gaat passen.
De indeling van de woonkamer zal anders zijn, niet een kopie van ons huis maar hopelijk wel op den duur net zo vertrouwd.

Ik wil alles zo goed mogelijk inrichten. Naar mijn "eigen smaak" die altijd ónze smaak zal blijven. Met hoogstwaarschijnlijk iets teveel accessoires en met geluidsboxen die wat aan de grote kant zijn. 

Het zal vreemd, onwerkelijk en tegelijk confronterend zijn.
Net als dat naambordje met alleen mijn naam.




zondag 17 augustus 2025

Ik mis je zo


Ik mis je zo.
Ik mis je voetstappen op de trap.
Ik mis de geur van je deodorant, je tandpasta.
Ik mis je hand door mijn haar, je armen om mij heen.
Ik mis die zo lieve blik in je ogen, ik mis je rust.
Ik mis je verhaspelingen van spreekwoorden.
Ik mis je kleren in de was.
Ik mis het nog warme kapje met boter dat je mij bracht als je weer een brood gebakken hebt.
Ik mis onze filmavondjes, jij op de bank, ik op het poefje tegen jouw benen aan.
Ik mis hoe je mij kan troosten en kan laten lachen.
Ik mis je als ik van even weggeweest te zijn weer thuiskom.
Ik mis het geluid van je sleutel in het slot.
Ik mis het samen klussen.
Ik mis je telefoontjes als je in de AH bent en vraagt of ik nog wat nodig heb.
Ik mis jouw ringtone op mijn telefoon.
Ik mis ons koffiemoment als we naar de markt zijn geweest.
Ik mis jou geneurie, de troep die je maakt als je aan het koken bent.
Ik mis onze gesprekken.
Ik mis je als ik een fles niet openkrijg.
Ik mis de bordspelletjes die we samen deden. 
Ik mis het samen stil zijn, het samen wandelen, samen fietsen, samen in de tuin zitten.
Ik mis jouw "Heb ik vandaag al gezegd hoeveel ik van je houd?"
Ik mis je tijdens het weekendontbijt, als ik in mijn eentje in de auto zit.
Ik mis je bij het inslapen en het wakker worden, ik mis je in huis en daarbuiten.
Ik mis je als ik aan onze jongens denk.
Ik mis je optimisme, je humor, je creativiteit, je inspiratie.
Ik mis jouw "Mooiste meisje, wat dacht je ervan als we vandaag nou eens.....?"
Ik mis jouw spontane plannen, jouw ideetjes om samen iets te ondernemen.
Ik mis je stem.
Ik mis je lach.
Ik mis je naast mij.
Ik mis mijn armen om jou heen.
Ik mis je.
Ik mis je zo.
Ik mis je zo vreselijk veel.
Elk moment van de dag.



zondag 10 augustus 2025

Trouwdag


10 augustus. Het is vandaag onze trouwdag. Is onze trouwdag? Was? Nee, het ís vandaag onze trouwdag, tegenwoordige tijd, niet verleden, het zal altijd onze trouwdag blijven.
Vorig jaar schreef ik over een liedje dat Peter had gevonden en waarvan hij vond dat het zo precies bij ons paste. "Still the good old days" heet het en het gaat over een liefde die met de jaren alleen maar dieper en mooier is geworden. Geen liefde die alleen maar uit goede, oude herinneringen bestaat maar die nog steeds volop goede dagen kent. Het zinnetje "we just keep moving along" vond Peet het belangrijkste uit de tekst. Net als de toevoeging "we are the lucky ones".

We gaan gewoon door.
Wij zijn de gelukkigen.

Ik weet nog goed hoe we naar de muziek en de woorden luisterden. Peter speelde luchtgitaar, ik probeerde mee te zingen en op het laatst dansten we samen door de kamer. Lachend, swingend, armen om elkaar heen.
Het is een herinnering geworden die we vier maanden konden delen. Nu ben ik enige die nog weet hoeveel plezier we die dag hadden, hoe we elke keer "these still are the good old days" en "we just keep moving along" meebrulden. Hoe we elkaar vasthielden, elkaar aankeken. Onszelf de lucky ones voelden.

Toen ik laatst bij mijn therapeut zat en alleen maar bleef huilen, keek zij mij vol medeleven aan. Ze probeerde mij niet te kalmeren met woorden als "rustig maar", "neem een slokje water" of "ik snap het". Ze liet me huilen en toen ik haar wanhopig aankeek, zei ze alleen dat dit, deze pijn, de achterkant van de liefde tussen Peter en mij is. 
"Jullie waren zo lang, zo hecht, zo één..." Ze vouwde daarbij haar vingers van beide handen strak samen. "Zoveel liefde en verbondenheid. En dan nu ook zoveel rouw." 
Wat zij zei verzachtte mijn pijn niet en tegelijk ook wel. Als dit de prijs is die ik moet betalen voor wat wij samen hadden, als bij zoveel liefde zo'n hoge prijs, zoveel pijn hoort, dan kan ik niet anders dan het te accepteren. Hoe onbetaalbaar onze liefde voor elkaar ook is, hoe letterlijk onbetaalbaar het ook voelt, ik kan niet anders dan het te accepteren.

Ik huil nog elke dag. Meerdere malen elke dag. Maar ik gun mij mijn tranen. Ik gun óns mijn tranen. Ik gun mij, ons, mijn intense verdriet, de momenten waarop ik alleen maar zijn naam kan fluisteren, soms zelfs luid uitroep. 
Deze prijs doet zoveel pijn en huilen lucht echt niet altijd op maar het besef dat dit uit al die jaren van ons samenzijn voortkomt... ja, dat verzacht toch iets. Onze liefde is zoveel waard.

Wij, Peter en ik, wij konden niet gewoon doorgaan. 
Ik kan niet doorgaan. Er is geen door meer.
Ik kan alleen maar verder gaan. Al zal dat nooit, nooit gewoon zijn.

Vandaag zouden we zevenenveertig jaar getrouwd zijn, we hebben het niet gehaald. 
De teller is op zesenveertig blijven steken en onze good old days liggen achter ons maar ik zal ze altijd als de good old days blijven koesteren. Met pijn en tranen van liefde.

10 augustus zal altijd onze trouwdag blijven. 




dinsdag 5 augustus 2025

Verkocht


Liefste Peetje,

Het Te Koop-bord in de voortuin is vervangen door een Verkocht-bord. 
Ik had er zo naar uitgekeken maar toen ik gisteren thuis kwam en het zo zag hangen voelde ik alleen maar een steen in mijn maag.

Tegen alle verwachtingen (ook die van de makelaar) in heeft het toch lang geduurd voor het eerste bod kwam. Het heeft me zoveel stress opgeleverd; ik had immers al wat anders gekocht. Jouw advies was om eerst te verkopen en dan pas naar iets anders op zoek te gaan. Zekerheid voor alles. Maar dit appartement was zo'n unieke kans dat ik vond (voor zover ik in mijn "toestand" iets kon vinden...) dat ik het niet kon laten lopen. Ik denk dat jij dit wel zou begrijpen, misschien hetzelfde gedaan zou hebben.
(O, ik kan me soms zo verliezen in voorstellingen hoe jij het gedaan zou hebben als ik dood was in plaats van jij! En dan breekt mijn hart. Misschien nog erger dan het nu gebroken is, al is dat moeilijk voor te stellen.)

Maar "goed" (bewuste aanhalingstekens) de stress waar ik het over had, had in de eerste plaats te maken met mijn financiële positie. Zou het huis op tijd verkocht worden? Hoe lang zou ik met dubbele lasten komen te zitten? Hoe lang zou ik dat kunnen volhouden? Zou ik misschien zelfs een voorlopig ander onderkomen moeten zoeken?
En in de tweede plaats was er het feit dat ik het huis zo opgeruimd en aantrekkelijk mogelijk moest houden. Dankzij al jouw en mijn inspanningen zag het er al heel goed uit en gelukkig ben ik behoorlijk netjes maar voor kijkers moet daar dan een extra schepje bovenop.
De voor- en achtertuin moesten voor elke bezichtiging weer opgeruimd en aangeveegd worden, Alle persoonlijke dingen zoals foto's had ik al eerder weggehaald, de bus met jouw as moest ik elke keer weer wegstoppen, er moesten verse bloemen gehaald, ramen nog een keer gezeemd, puien van spinnenrag ontdaan, kussens op de tuinmeubelen gelegd, alle luxaflex opgetrokken, enzovoort, enzovoort... Ik stond elke keer weer op scherp.
(Heb je mij bezig gezien vanaf waar-jij-ook-bent? Dat is ook zoiets: kan jij nog zien wat er "hier" gebeurt? Ik wil jou zo graag, op wat voor manier dan ook, dichtbij mij maar ik hoop tegelijk dat jij mijn geworstel met deze realiteit niet meekrijgt. Dat jij mijn vele tranen, mijn wanhoop en pijn niet ziet.)

Maar "goed" (weer aanhalingstekens) er zijn redelijk wat kijkers geweest en op een pietluttige reactie na ("ik vind het behang wel erg groen") zeiden ze het een mooi huis te vinden, ruim en licht, groter dan van de buitenkant lijkt, en waren ze enthousiast. Alleen niet enthousiast genoeg om een bod uit te brengen. Zelfs geen te laag bod.
Ik was elke keer weer teleurgesteld en begreep er niks van. De makelaar had toch ook zelf gezegd dat alles en vooral het onderhoud zo perfect eruit zag? Ik werd er ook verdrietig van. We hadden er samen zoiets moois van gemaakt en toch wilde niemand het kopen. Ik voelde ons, ons huis, gewoon afgewezen. In een opstandige bui voelde ik me, ook namens jou, zelfs beledigd.

De meeste kijkers heb ik niet ontmoet maar tijdens de twee Open Huis-dagen heb ik een paar zelf rondgeleid. Dat waren heel onwerkelijke momenten. Bij alles wat ik liet zien voelde ik trots en verdriet tegelijk. Hoe kon ik iets wat ik diep in mijn hart niet kwijt wilde als een tweedehandsautoverkoper aanprijzen? Pijn deed het, lieverd. Heel veel pijn.
Hoe zou jij dit gedaan hebben, Peet? We hebben samen nog nooit zoiets bij de hand gehad, hè. Ik weet in ieder geval zeker dat jij er na afloop net zo uitgeblust bij had gezeten als ik. Alleen hadden we er dan samen een wijntje op gedronken en dan had ik in je armen weg kunnen kruipen. Terwijl nu...

Maar "goed" (die aanhalingstekens zijn voorlopig blijvertjes) toen was daar dan eindelijk hét bod. En vlak daarna nog een tweede. Het tweede bod was iets hoger dan het eerste maar het eerste was zonder voorbehoud van financiering waardoor er meer zekerheid voor mij was. Omdat mijn zenuwen inmiddels nagenoeg aan gort lagen, heb ik voor die zekerheid gekozen. En nu is het dus eindelijk, eindelijk zover: verkocht. 
Ik ben blij, doodmoe en heel verdrietig tegelijk. De opluchting is aan de ene kant erg groot en aan de andere kant ook erg onwerkelijk. Alles, echt alles, voelt zo raar en dubbel. 

Raar en dubbel was het ook toen ik een motivatiebrief van de mensen van het tweede bod kreeg doorgestuurd. Zij stelden zich daarin voor en vertelden waarom zij graag in dit (ons) huis wilden wonen. Ik citeer er een klein stukje uit:

"Bij het zien van uw woning waren wij op slag verliefd. Wat een grote woning met een heel gezellige, warme sfeer en kwalitatieve afwerking!
Ieder deel van het huis is met zoveel liefde en aandacht verbouwd en ingericht. Een huis, wat met recht een THUIS kan worden genoemd.
Naast het gevoel wat het huis opriep waren wij zeer onder de indruk van het structurele en zeer trouwe onderhoud wat u/jullie hebben gedaan."

Deze brief, Peetje, maakte zoveel goed. Deze mensen hadden gezien, hadden echt gezien én op waarde geschat, wat wij hadden gedaan. Inderdaad met veel liefde en aandacht, en zeker ook erg veel plezier. Deze brief maakte de afwijzingen die ik had gevoeld meer dan goed. Ik heb er zo van moeten huilen. Ik had dit stel het huis, óns huis, zo gegund maar ik kon het me niet veroorloven. De stress en onzekerheid die hun voorbehoud van financiering nog eens zes weken lang zou opbrengen, kon ik niet meer aan.
Jij zou na zo'n brief ook hebben getwijfeld, hè, lieverd? Jij zou ook erg geraakt zijn.
En heel terecht ook erg trots.

Trots op onze inspanningen, op wat wij samen voor elkaar gekregen hebben.
Trots op ons huis.

Ons huis dat nu verkocht is.

Kon ik maar even in je armen wegkruipen.




woensdag 30 juli 2025

Jouw favoriete vijver

Facebook Herinneringen liet vanochtend een paar foto's zien die ik vandaag precies een jaar geleden postte.
"Ochtendwandeling door de wijk" had ik erbij geschreven, met een groen hartje erbij en de hashtags #pensionadolife #genieten #wandelen #zomerochtend. Op een van de foto's sta jij, of preciezer jouw achterkant, terwijl jij over een bruggetje loopt. Het bruggetje over jouw favoriete vijver van de wijk.

Vandaag een jaar geleden. Wat waren we aan het genieten, hè lieverd! Van die wandeling in het ochtendzonnetje. Van het vrij-zijn, het kunnen doen waar we zin in hadden zonder verplichtingen. Van elkaar. Vooral van elkaar.
Een van onze beste keuzes ooit, noemde jij meer dan eens onze beslissing om nog voor ons "echte" pensioen te stoppen met ons werk. En ik, op mijn beurt, noemde die periode onze wittebroodsweken. 

We hebben bijna tweeëneenhalf jaar van onze "wittebroodsweken" kunnen genieten. En als ik nu dwars door mijn pijn heen naar foto's uit die tijd durf te kijken, als ik aan die periode terug durf te denken, voel ik weer jouw warmte en liefde. Zie ik in mijn gedachten jou weer zo intens genieten. Voel ik weer jouw brede pols die ik zo vaak pakte tijdens het wandelen, als we naast elkaar fietsten, vaak ook gewoon als we aan tafel, thuis of in een koffiezaakje, zaten, gewoon omdat het zo vertrouwd, zo veilig voelde.
Wat hadden we het goed samen, hè lieverd! Veel meer dan goed, zou jij zeggen. En dat klopt: veel, veel meer dan goed.

Een jaar geleden, vandaag een jaar geleden... gelukkig wisten we toen nog niet welke boodschap we krap drie maanden later zouden krijgen.

En vandaag precies een jaar later na die Facebook-post en ook in de ochtend wandelde ik niet met jou maar stond ik in mijn eentje in mijn (mijn...) appartement uit het keukenraam te kijken. Mijn appartement (o, wat vind ik het nog moeilijk om "mijn" te zeggen in plaats van "ons"!) staat vlakbij die, vlakbij "jouw" vijver.
Achter mij was de stukadoor bezig en ik had een kleine pauze van het strippen van het behang genomen. Ik stond bij het keukenraam en keek naar het water en het groen er omheen, het bruggetje kon ik net niet zien, en ik dacht aan die herinnering op Facebook. 
En ik dacht aan jou, lieverd.
Ik dacht aan jou en beeldde me in dat je achter mij stond. Je armen om mij heen, je kin op mijn hoofd. En ik beeldde mij jouw stem in: "Ja, fraai, hè! Maar de pauze is voorbij, Sylfje, hier binnen moet het ook mooi worden."

Ik beeldde het me even in en even voelde het zo vertrouwd, zo veilig.

Even.

 


zondag 20 juli 2025

Droom


We staan samen voor de koelkast.
"Je bewaart je brood hier?" vraag je.
"Ja, het is warm en ik doe best lang met een halfje," antwoord ik.
"Brood van de supermarkt?" vraag je.
"Je bakt immers niet meer..." antwoord ik en dan is het stil tussen ons.
Je blik is lief, gelaten en ook met iets van spijt en medeleven.
Het snijdt door mijn ziel maar ik kan alleen maar naar je blijven kijken.

Dan is de droom over.

Het is de eerste keer dat ik over je droom sinds je weg bent. 
Ik hoopte zo dat ik van je zou dromen en tegelijk wilde ik het niet. Nog niet tenminste. De herinneringen in mijn hoofd, jouw handtekening op een contract, je stem op mijn voicemail, het geluid als ik koffie maal (altijd jouw ochtendroutine), dat soort dingen en nog veel, veel meer doen al zoveel pijn.

En dan nu deze droom. Deze eerste.

Laat het alsjeblieft niet de laatste zijn.
Ik heb de pijn ervoor over.




Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...